Conclusie
1.Feiten en procesverloop
primairop het standpunt gesteld dat de aandelen in de B.V. niet zijn gefinancierd met te verrekenen vermogen, zodat de onderneming niet in de verrekening dient te worden betrokken.
Subsidiair, voor het geval de B.V. wel in de verrekening zou moeten worden betrokken, heeft de man gesteld dat de waardering van de aandelen door een deskundige dient plaats te vinden, waarbij rekening moet worden gehouden met de rekening-courantschuld van privé aan de B.V. ad € 583.948 per peildatum 13 oktober 2011 en met de fiscale afrekening. De B.V. heeft volgens de man volledig als “voorfinancierder” voor de luxe privé levensstijl van partijen zorggedragen en is in feite volledig “leeggezogen”. [4]
BV [A]
: “Dat leidt ertoe dat aan het einde van het huwelijk, bij toepasselijkheid van art. 1:141 lid 4 BW Pro, via de weg van art. 1:141 lid 1 BW Pro het eigen vermogen van de besloten vennootschap moet worden verrekend. Op grond van art. 1:141 lid 4 BW Pro had immers ieder jaar vastgesteld moeten worden welk deel van de in dat jaar gerealiseerde winst van de onderneming uitgekeerd had kunnen worden, welke winst in aanmerking genomen had moeten worden bij de omvang van de verrekenverplichting van de echtgenoot-DGA. Deze vaststelling - en de daaraan gekoppelde uitkering - heeft echter gedurende het huwelijk niet plaatsgevonden. In plaats daarvan zijn de winsten jaarlijks “toegevoegd” aan het eigen vermogen van de vennootschap. Daarmee is het eigen vermogen aan het eind van het huwelijk het resultaat van de “belegging” van de winsten die jaarlijks in de verrekening betrokken had moeten worden. Dat eigen vermogen, zoals dat blijkt uit de commerciële jaarrekening van de vennootschap, moet aan het einde van het huwelijk via art. 1:141 lid 1 BW Pro dus (alsnog) in de verrekening worden betrokken”.
de onderneming
[A] B.V.;
(…)
toedelingkan geen sprake zijn. Het gaat immers niet om een bestanddeel dat gezamenlijk eigendom is. Er zou hooguit sprake kunnen zijn van
verrekening. Zoals hierboven onder grief VII aangegeven, heeft de vrouw in eerste instantie betoogd dat de waarde van de aandelen moeten worden verrekend. Nadat duidelijk is geworden dat de BV niet is gefinancierd met overgespaard en verrekenbaar inkomen, heeft de vrouw dit standpunt verlaten en heeft zij uitvoerig aangegeven dat het eigen vermogen correspondeert met de rekening-courantschuld.
Grief VII
De bewijsopdracht ten aanzien van de rekening-courantschuld (grief VII in principaal appel)
(productie 13 bij R)- gesteld dat de opnames uit rekening-courant vrijwel volledig zijn aangewend ter voldoening van de kosten van de huishouding. Dit gedeelte van de schuld komt naar de mening van de man voor verrekening in aanmerking.
toedelingvan deze schuld aan de man alleen al om die reden geen sprake kan zijn. De man is in privé een schuld aangegaan bij zijn onderneming, waarvoor in beginsel alleen hij aansprakelijk is. De man heeft evenwel onderbouwd gesteld dat een aanzienlijk gedeelte van de opnames die in rekening-courant zijn gedaan, is aangewend ter voldoening van de kosten van de huishouding. Dat zulks inderdaad het geval is kan tevens worden afgeleid uit de door de man overgelegde brief van het administratiekantoor [B] van [A] B.V. d.d. 25 juni 2012
(productie 15 bij K),waarin de boekhouder van de onderneming onder meer opmerkt dat in de afgelopen jaren nagenoeg de volledige winst na belasting in rekening-courant werd opgenomen ter dekking van privé-uitgaven.
2.Beoordeling van het cassatieberoep
onderdeel A.1).
onderdeel A.2).
onderdeel A.3).
aanvullende klachtenop onderdeel A (en onderdeel B) geklaagd (nr. 3) dat het hof de leer dat "het mindere in het meerdere besloten ligt” heeft miskend, althans zijn oordeel dat aan de voorwaarden voor toepassing van die leer niet is voldaan, niet heeft gemotiveerd. Daartoe wordt aangevoerd dat uit een opmerking van de voorzitter (p-v, p. 6) kan worden afgeleid dat het hof beslissende betekenis heeft toegekend aan zijn (kennelijke) oordeel dat de stelling van de vrouw dat het eigen vermogen van de B.V.
gelijkis aan de rekening-courant schuld en om die reden tegen elkaar kan worden weggestreept, “niet helemaal (lijkt) op te gaan”.