ECLI:NL:HR:2012:BW9226
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Wijziging verzoek omgangsregeling minderjarige na echtscheiding in hoger beroep toegestaan
In deze zaak gaat het om een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige zoon na echtscheiding van de ouders. De rechtbank had een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader omgang had met de zoon op zaterdag. De vader stelde hoger beroep in en verzocht om een ruimere omgangsregeling. Het hof stelde na onderzoek en advies van de raad voor de kinderbescherming vast dat omgang op dat moment niet in het belang van de minderjarige was vanwege zijn kwetsbare gesteldheid en spanningen binnen het gezin.
De moeder had in hoger beroep aanvankelijk verzocht om bekrachtiging van de beschikking, maar wijzigde haar verzoek later tot stopzetting van de omgangsregeling wegens verslechtering van de situatie van de zoon. Het hof wees deze wijziging af omdat deze niet tijdig in het verweerschrift was aangevoerd.
De Hoge Raad oordeelde dat in beginsel grieven en wijzigingen in hoger beroep bij verzoek- of verweerschrift moeten worden aangevoerd, maar dat vanwege de aard van het geschil – net als bij alimentatie – een uitzondering geldt. Dit betekent dat een wijziging van het verzoek later in het proces mag worden ingebracht indien dit noodzakelijk is voor een juiste beoordeling van de omstandigheden ten tijde van de uitspraak.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing, waarbij rekening gehouden moet worden met het gewijzigde verzoek van de moeder.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling waarbij een latere wijziging van het verzoek in hoger beroep is toegestaan.