Conclusie
eerste middelen het
tweede middelkeren zich met motiveringsklachten tegen de bewezenverklaring van het opzet bij de verdachte alsook van het medeplegen aangaande het binnen het Nederlands grondgebied brengen van ongeveer 1650 kilogram cocaïne. Geklaagd wordt, mede met een beroep op het zogenoemde kokosnoot-arrest van de Hoge Raad [1] , dat de bewijsconstructie hier niet (voldoende) redengevend is, ook omdat a. daarin plaatsen in het buitenland worden genoemd die niet in de bewezenverklaring zijn terug te vinden en b. de belastende verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 4] niet bruikbaar zijn, terwijl voorts het hof niet (in voldoende mate) heeft gerespondeerd op de desbetreffende uitdrukkelijk onderbouwde standpunten van de verdediging.
6.3.7 Terugplaatsen van een blikje op een pallet in de MLCU
"De in beslag'genomen blikken waren afwijkend van kleur ten opzichte van de overige blikken. Beiden waren aluminiumkleurig echter hebben de in beslag genomen blikken een donkerder kleur".Ook verbalisant [verbalisant 3] heeft gerelateerd dat hij blikken heeft gezien van een andere kleur. Voorts hoorde hij een bonkend geluid toen hij schudde met het blikje waarin cocaïne bleek te zitten. Uit deze omstandigheden leidt het hof af dat ook in het blikje dat is teruggeplaatst op de zesde slag van pallet 17, cocaïne heeft gezeten. De bewijsmiddelen omtrent de andere blikjes van die lading waarin cocaïne is aangetroffen, zijn daartoe mede redengevend.
6.5 Verklaring [medeverdachte 4]
derde middelklaagt dat het recht op een eerlijk proces en het ondervragingsrecht als bedoeld in art. 6 EVRM Pro is geschonden doordat het verzoek van de verdediging om medeverdachte [medeverdachte 5] als getuige te (doen) horen ten onrechte is afgewezen, althans dat de afwijzing van dit verzoek op onbegrijpelijke of niet zonder meer begrijpelijke wijze is afgewezen.
1. Het horen als getuige van medeverdachte [medeverdachte 5]
"Mijn cliënt wenst niet verhoord te worden via videoconferentie of middels een rogatoire commissie. ... Mijn cliënt zal geen woord verklaren, zolang hij in Peru is gedetineerd."Het hof heeft deze verklaring opgevat als een ondubbelzinnige weigering om als getuige te verklaren vanuit detentie in Peru.