ECLI:NL:HR:2011:BN9173
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt afwijzing getuigenverzoek en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling
In deze strafzaak heeft de verdediging bij het hof verzocht om een medeverdachte als getuige te horen in hoger beroep. Het hof wees dit verzoek af omdat het niet aannemelijk achtte dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn zou verschijnen. De getuige was op het laatst bekende adres opgeroepen, maar verscheen niet en was sinds enige tijd zonder vaste woon- of verblijfplaats.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel niet voldoende heeft gemotiveerd. Uit de stukken blijkt niet dat na de mislukte oproeping door de rechter-commissaris is onderzocht of er inmiddels een nieuw adres van de getuige bekend was, zodat hij alsnog kon worden opgeroepen voor de terechtzitting van het hof. Hierdoor is het oordeel van het hof dat de getuige niet binnen aanvaardbare termijn zal verschijnen niet zonder meer begrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en verwijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor een hernieuwde beoordeling van het verzoek tot het horen van de getuige. De overige middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 15 februari 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het getuigenverzoek.