Conclusie
eerste middelkeert zich tegen ’s hofs verwerping van het verweer van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte moet worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel. Aangevoerd wordt dat [betrokkene 1] ook telefonische gesprekken heeft gevoerd met een andere sollicitant die zich actiever heeft opgesteld dan de verdachte en, althans dit maak ik op uit de toelichting op het middel (het wordt daarin niet in zoveel woorden gesteld), kennelijk te dien aanzien niet is vervolgd door het openbaar ministerie.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
NJ1996/527. [1] In dat licht bezien heeft het hof het verweer van de raadsman verworpen op gronden die deze verwerping kunnen dragen. Daaraan kan niet afdoen dat het hof daarbij tevens heeft gelet op de toelichting die de advocaat-generaal bij het hof op de terechtzitting heeft gegeven, en evenmin dat een nadere onderbouwing van deze toelichting niet uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt. Ik meen dat het hof niet blijk heeft gegeven in enig opzicht van een onjuiste rechtsopvatting te zijn uitgegaan of een onjuiste maatstaf te hebben aangelegd.
proces-verbaald.d. 12 juni 2013 van de Rijksrecherche met nr. 20100083-01. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -: als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
besluit van de Raad der gemeente Roermond,d.d. 27 september 2012, onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - (blz. 177):
.
overzicht van aangetroffen SMS-berichtenin de IPhone4s in gebruik bij [betrokkene 1] , onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - (blz. 502):
tapgesprek d.d. 21 september 2012, onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - (blz. 465):
tapgesprek d.d. 24 september 2012, onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - (blz. 469):
tapgesprek d.d. 24 september 2012,onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - (blz. 470 t/m 471):
(bladerend geluid) . Hoe was de kamer Centrale Vergadering?
Oke. Je word ook gevraagd naar de aanbeveling commissie Sorgdrager-Frissen over het Primus Secundus (fonetisch) systeem
tapgesprek d.d. 26 september 2012, onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - (blz. 472):
tapgesprek d.d. 27 september 2012,onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - (blz. 478 t/m 4 7 9):
proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 30 oktober 2012 van de Rijksrecherche met nr. 20121030.1915.G4. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 349 t/m 357):
[betrokkene 6] :
proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 22 oktober 2012 van de Rijksrecherche met nr. 121022.1530.G8. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 312 t/m 319):
[betrokkene 2] :
proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 23 oktober 2012 van de Rijksrecherche met nr. 20121023.1430.G13. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 334 t/m 341):
[betrokkene 4] :
brief van [betrokkene 6]
brief van [betrokkene 7]d.d. 4 april 2012, gericht aan de Gemeenteraad, onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - (blz. 561 t/m 563):
verslag van de besloten raadsvergadering,gehouden op 27 september 2012, onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - (blz. 166 t/m 176):
verklaring van de verdachte,afgelegd ter zitting in hoger beroep d.d. 10 februari 2015, onder meer inhoudende:
“Bijlage: Gesprek
(bladerend geluid). Hoe was de kamer Centrale Vergadering?
Even kijken... Ik stel je een vraag als je.
en ik ben hier ook gestart als burgemeester dat die mij steunen, dus ik zorg voor draagvlak hier in Midden Limburg
welterusten
tweede middel,bezien in samenhang met de toelichting daarop, keert zich met een rechtsklacht tegen de kwalificatiebeslissing van het hof en houdt in dat het hof het begrip medeplichtigheid telkens te vergaand heeft opgerekt nu daaronder niet te brengen zijn de bewezenverklaarde uitvoeringshandelingen (i) het aanhoren en aannemen van informatie over vragen en toelichting op vragen die gesteld worden tijdens het sollicitatiegesprek voor de vacature van burgemeester van Roermond, en informatie over de uitkomst van de beraadslaging van de vertrouwenscommissie, (ii) het vragen naar het standpunt van een lid van de vertrouwenscommissie en (iii) het instemmen met een voorstel van [betrokkene 1] om net te doen of ze elkaar voor het eerst spreken, op het moment dat [betrokkene 1] de verdachte belt met de mededeling dat hij zou worden voorgedragen als de nieuwe burgemeester van Roermond.
derde middelklaagt dat het hof niet (voldoende) heeft gereageerd op “het uitdrukkelijk onderbouwde verweer van de verdediging” [7] , inhoudende dat het verwijt dat de verdachte zou hebben ingestemd met het voorstel om te doen alsof hij [betrokkene 1] voor het eerst sprak op het moment dat [betrokkene 1] hem zou bellen met de mededeling dat hij voorgedragen zou worden, niet bewezen kan worden en/of geen schending van het ambtsgeheim oplevert.
"(c) Instemmen met het voorstel
“(c) Instemmen met het voorstel[verdachte] zou hebben ingestemd met het voorstel om te doen alsof hij [betrokkene 1] voor het eerst sprak op het moment dat [betrokkene 1] hem zou bellen met de mededeling dat hij voorgedragen zou worden.Vooropgesteld moet worden dat zelfs indien deze uitvoeringshandeling bewezen zou kunnen worden, dit nimmer gekwalificeerd zou kunnen worden als het (medeplegen van) schenden van het ambtsgeheim, eenvoudigweg omdat er geen geheim is. Er wordt geen informatie verspreid of iets dergelijks.Hetgeen cliënt hier verweten wordt is eveneens terug te vinden in het tapverslag van het gesprek dat heeft plaatsgevonden op 27 september 2012 en begon om 00:34 uur. [betrokkene 1] geeft hierin eerst aan dat de vertrouwenscommissie unaniem voor [verdachte] is. Na een verder relaas van [betrokkene 1] en passieve reacties aan de kant van [verdachte] , vertelt [verdachte] dat hij geen interviews zal geven en die vrijdag naar München moet gaan. [betrokkene 1] komt dan weer uit zichzelf met de mededeling dat ze dan moeten afspreken dat hij ( [betrokkene 1] ) morgen belt, ongeveer een uur na de besloten vergadering. Dan komen de volgende woorden naar voren:
dat eh dan is het net of we ons echt voor de eerste keer spreken" Er is geen vragende modaliteit te vinden in deze woorden. Ook zijn geen woorden te vinden die wijzen op een instemming met zulk een verzoek. Cliënt zegt: ‘
Nee daarom doe maar niet.' Maar dit is naar aanleiding van de opmerking van [betrokkene 1] :
'Ja dus Ik denk dat we morgen ook eventjes eh....geen contact moeten hebben ik bedoel ergens sms-en ik hoe heet het je weet nooit hoe zoiets loopt'. Cliënt geeft dus aan dat hij het verstandig vindt als ze geen contact hebben met elkaar. [verdachte] zegt in het gesprek overigens ook een keer "
is goed", maar dat heeft weer betrekking op de (doorlopende) mededeling van [betrokkene 1] dat hij [verdachte] middels een andere telefoon belt.
te doen alsofhij [betrokkene 1] voor het eerst spreekt op het moment dat [betrokkene 1] hem zou bellen? Die instemming blijkt nergens uit. Sterker nog, er is geen voorste! van dien aard. Zonder voorstel geen instemming. Zelfs als de instemming op zulk een verzoek wel bewezen had kunnen worden, dan mocht men zich serieus afvragen of hiermee een wezenlijke bijdrage was geleverd aan het strafbare feit, als er al sprake is van een strafbaar feit, hetgeen de verdediging betwist. Bovendien, niet is in te zien hoe dit medeplegen van schending van de geheimhoudingsplicht van [betrokkene 1] in houdt. Het
enkele instemmenop een voorste! is nog niet hetzelfde als het daadwerkelijk uitvoeren van het voorgestelde. Er is geen voltooid delict. Het daadwerkelijke doen alsof is echter niet tenlastegelegd. Waarschijnlijk omdat dit telefoontje met zulk een gesprek in het bijzin van anderen nooit heeft plaatsgevonden. De eerst volgende tapgesprekken na de besloten vergadering tussen [betrokkene 1] en [verdachte] zijn van 23.09 uur en 23.53 uur.
vierde middelklaagt dat het uitdrukkelijk onderbouwde verweer [10] van de verdediging – inhoudende dat het verwijt dat de verdachte naar het standpunt van een lid van de vertrouwenscommissie zou hebben gevraagd geen hulp bij of tot het misdrijf oplevert – door het hof onvoldoende dan wel onbegrijpelijk gemotiveerd is verworpen. In de toelichting op het middel wordt te dien aanzien nader aangevoerd dat het hof op geen enkele wijze gemotiveerd inzichtelijk heeft gemaakt waarom in weerwil van het betoog van de verdediging de geheimhoudingsverklaring op dat moment nog steeds gold en er geen sprake is van een verrichting na het misdrijf.
"Medeplichtigheid
nahet misdrijf vallen niet onder het bereik van de medeplichtigheid zoals strafbaar gesteld in artikel 48 Sr Pro. Het is dienstig om in dit verband op te merken dat een groot aantal van de uitvoeringshandelingen die [verdachte] ten laste worden gelegd zouden zijn gepleegd na het voltooien van de schending van de geheimhouding door [betrokkene 1] . Hiermee vallen deze op voorhand reeds buiten het raamwerk van de medeplichtigheid.
De ten laste gelegde uitvoeringshandelingen
op zichzelfgenomen te bewijzen is. Althans, dat cliënt er naar vraagt.
vijfde middelbehelst in samenhang met de toelichting daarop de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de informatie [betrokkene 1] aan de verdachte telefonisch heeft meegedeeld betreffende het komende sollicitatiegesprek onder de geheimhoudingsplicht in de zin van art. 61c Gemeentewet valt, nu de door [betrokkene 1] verstrekte informatie niet valt onder de term “beraadslaging” als bedoeld in art. 61, derde en vierde lid, art. 61a, derde lid, en art. 61b, derde lid, Gemeentewet.
“Artikel 61(…)
Artikel 61c
Stcr. 2012/15046) die kort voor de bewezenverklaarde pleegdata in werking was getreden, namelijk op 15 juli 2012. Daarin valt onder meer te lezen:
II. De instelling van de vertrouwenscommissie1. De gemeenteraad stelt uit zijn midden een vertrouwenscommissie in. De gemeenteraad kan bepalen dat aan de vertrouwenscommissie één of meer wethouders als adviseur worden toegevoegd. Een adviseur is geen lid van de vertrouwenscommissie en heeft geen stemrecht. Voor zover ambtelijke bijstand gewenst wordt geacht, wordt de raadsgriffier daarmee belast. 2. De gemeenteraad regelt in een verordening op de vertrouwenscommissie de taak, samenstelling en werkwijze van de vertrouwenscommissie en stelt de commissaris van de Koningin daarvan in kennis. 3. In de verordening wordt aandacht besteed aan de geheimhoudingsplicht. De geheimhoudingsplicht vloeit rechtstreeks voort uit artikel 61c van de Gemeentewet en blijft ook na ontbinding van de vertrouwenscommissie van kracht. Hij geldt voor de leden van de vertrouwenscommissie, de adviseur en de ambtelijke bijstand. Elk overleg met niet-leden van de vertrouwenscommissie, en dus ook met de overige raadsleden en eventuele oud-leden van de vertrouwenscommissie, is uitgesloten, dit op straffe van schending van het ambtsgeheim. 4. In de verordening wordt vermeld dat, anders dan door tussenkomst van de commissaris van de Koningin, geen inlichtingen - schriftelijk of mondeling - kunnen worden ingewonnen over de sollicitanten. Dit vloeit rechtstreeks voort uit artikel 61 lid 4 van Pro d Gemeentewet. 5. De gemeenteraad regelt de werkwijze van de vertrouwenscommissie zo dat vóór, tijdens en na het verrichten van de werkzaamheden door de vertrouwenscommissie volstrekte geheimhouding is gegarandeerd. In de verordening wordt ervoor zorg gedragen dat de gesprekken met en de oordeelsvorming over de sollicitanten plaatsvindt in aanwezigheid van en door de leden van de vertrouwenscommissie en wordt een voorziening getroffen met betrekking tot de wijze waarop de privacybelangen van de sollicitant worden beschermd, bijvoorbeeld bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken en bij het voeren van correspondentie. 6. Besteedt de gemeenteraad of de vertrouwenscommissie naar het oordeel van de commissaris van de Koningin onvoldoende zorg aan de procedureregels of geheimhoudingsplicht, dan informeert de commissaris van de Koningin de minister van BZK hierover. De minister van BZK bepaalt, na overleg met de commissaris van de Koningin, hoe verder wordt gehandeld. Dit kan uiteindelijk leiden tot het stopzetten van de procedure.”
zesde middelkeert zich met een motiveringsklacht tegen ’s hofs verwerping “van het uitdrukkelijk onderbouwde verweer van de verdediging, inhoudende dat requirant zich op geen moment bewust is geweest van de mogelijkheid dat [betrokkene 1] informatie doorgaf die onder de geheimhoudingsplicht zou vallen, nu hij in de veronderstelling verkeerde dat de geheimhouding enkel op de privacy van de kandidaten zag”.
zevende middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, richt zich met een motiveringsklacht tegen de strafoplegging, meer in het bijzonder tegen de overweging van het hof dat de verdachte de vertrouwelijke informatie van [betrokkene 1] met een zekere gretigheid heeft aangenomen.
Strafmotivering