Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Wetgeving, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur
5.Beschouwing en beoordeling van het middel
BNB1988/117. In deze procedure had belanghebbende (een slager) een verplichte kennisgeving aan het gemeentebestuur gedaan. Deze kennisgeving had ten doel om het gemeentebestuur in staat te stellen te beoordelen of nadere eisen moesten worden gesteld aan zijn bedrijfsvoering en/of om de controle door of vanwege het gemeentebestuur daarop te vergemakkelijken. Het in behandeling nemen van de kennisgeving was geen door of vanwege het gemeentebestuur aan belanghebbende verstrekte dienst; [48]
BNB1997/271. In deze procedure had de gemeente een aanvraag aan gedeputeerde staten gedaan tot afgifte van verklaringen van geen bezwaar op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening. [49] Dit artikel behelsde dat de gemeenteraad, onder bepaalde voorwaarden, ten behoeve van de verwezenlijking van een project, vrijstelling kon verlenen van het geldende bestemmingsplan, mits vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. Aanvragen tot afgifte van dergelijke verklaringen werden door een gemeente vaak gedaan naar aanleiding van een door een particulier aangevraagde bouwvergunning. Gedeputeerde staten had ter zake aan de gemeente leges in rekening gebracht. Bij het door gedeputeerde staten in behandeling nemen van een dergelijke aanvraag is volgens dit arrest echter niet sprake van een rechtstreeks aan de gemeente dan wel aan de achterliggende aanvrager verrichte dienst; [50]
BNB2004/369. Belanghebbende heeft de gemeente verzocht om een planschadevergoeding. Bij het nemen van het besluit dat aanleiding kan geven tot planschadevergoeding behartigt de gemeente het algemene belang, te weten dat van de goede ruimtelijke ordening, zodat het hier gaat om schade die een belanghebbende lijdt als rechtstreeks gevolg van de publieke taakuitoefening door de gemeente; [51]
BNB2011/257. Belanghebbende had bij de gemeente een ID-kaart aangevraagd. Niet kan worden aangenomen dat de aanvraag van een ID-kaart, zijnde het meest eenvoudig verkrijgbare en minst specifieke identificatiebewijs, naar zijn aard in overheersende mate verband houdt met een individualiseerbaar belang; [52]
BNB2013/88. Belanghebbende heeft aan de gemeente een verzoek gedaan tot informatieverstrekking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Deze wet bewerkstelligt dat overheidsinformatie in beginsel openbaar is, tenzij andere, zwaarder wegende belangen dat beletten. Deze openbaarheid dient het algemene belang van een goede en democratische bestuursvoering. De openbaarmaking van informatie naar aanleiding van voornoemd verzoek houdt derhalve niet in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. [53]