Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaringen van de feiten 1 en 2 in de zaak met parketnummer 18/850193-13 niet voldoende met redenen zijn omkleed, aangezien de dubbele gekwalificeerde doodslag niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid en het arrest van het hof innerlijk tegenstrijdige overwegingen bevat ten aanzien van het oogmerk van de verdachte.
tweede middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van de verklaring van [getuige 1] , voor zover behelzende een mening, gissing of conclusie, die niet kan worden aangemerkt als een mededeling omtrent feiten of omstandigheden die de getuige zelf heeft waargenomen of ondervonden.
derde middelbehelst de klacht dat de strafmotivering niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, aangezien het hof bij de strafoplegging ten onrechte rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de slachtoffers op het moment dat de verdachte hun lichamen overboord gooide nog niet waren overleden en dat de verdachte hen op dat moment volkomen machteloos en in hulpeloze toestand heeft achtergelaten in het water, terwijl het misdrijf zoals bedoeld in art. 255 Sr Pro, in verbinding met art. 257, tweede lid, Sr, niet ten laste is gelegd en evenmin bewezen is verklaard.