Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof onvoldoende gemotiveerd tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten is gekomen.
- [betrokkene 1] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten 3550 euro) en
- [betrokkene 2] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten 275 euro) en
- [betrokkene 3] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten 299 euro) en
- [betrokkene 4] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten 315 euro)
hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide aanbieder van laptops en een notebook en ademautomaat en
- een advertentie op marktplaats.nl geplaatst waarin hij, verdachte, (8) laptops en een notebook (compaq presario) en ademautomaat te koop aanbood en
- verteld/gezegd dat als het bedrag was overgemaakt op rekeningnummer [001] of contant wordt betaald hij, verdachte, de goederen zou opsturen,
waardoor [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.”
(i) Een bij de politie afgelegde verklaring van [betrokkene 1] , voor zover inhoudende (bewijsmiddel 1):
Afgesproken was dat alle laptops, in totaal 18 stuks, afgeleverd zouden worden op vrijdag 3 september 2010. Tot op heden, te weten 21 september 2010, heb ik geen laptops mogen ontvangen. Op vrijdag 3 september 2010 heb ik [verdachte] telefonisch om het track & trace-nummer gevraagd. Dit kon hij mij niet geven. Hiervoor gaf hij geen reden. Hij moest het onderzoeken en was in contact met de TNT. Na een paar dagen heb ik [verdachte] via de mail medegedeeld dat de koop door mij ontbonden was in verband met het feit dat hij in gebreke was gebleven. Ik heb geëist dat [verdachte] mij het totale bedrag van 3.550 euro per omgaande terug zou betalen. Tot op heden, te weten 21 september 2010, heb ik geen geld terug mogen ontvangen van [verdachte] .”
Tot op heden, te weten 6 oktober 2010, heb ik de laptop nog niet mogen ontvangen. Vanuit diverse mailwisselingen en telefonisch contact werd mij telkens medegedeeld dat de laptops nog bij de curator lagen. Ik heb geen verdere gegevens van deze curator.”
Tot op heden, te weten 9 maart 2010, heb ik nog steeds geen pakket ontvangen. Ik bel deze persoon elke dag. Ik word door hem ook netjes teruggebeld en iedere keer heeft hij het verhaal: "Wacht nog maar even. Ik heb het opgestuurd. Het is onderweg”. Dit tot zondag 7 maart 2010. Ik heb deze persoon toen weer gebeld. Hij belde mij weer netjes terug met de mededeling dat hij het geld terug zou overmaken. Ook dit is nog steeds niet gebeurd. Ik heb via een ander e-mailadres en onder een andere naam interesse getoond in de apparatuur. Deze persoon bood dezelfde apparatuur doodleuk opnieuw aan. Wel met de mededeling dat er nog iemand was die interesse had.”
[verdachte] Geboortedatum: [geboortedatum] 1968
[adres] Geslacht: Man.
”
Naar aanleiding van mijn advertentie op marktplaats.nl hebben meerdere personen zich bij mij gemeld. Bij deze personen zat ook [betrokkene 1] uit Apeldoorn. Hij gaf te kennen ook laptops bij mij te willen bestellen. Ik heb zaken met hem gedaan. In totaal heb ik een bedrag van 3.550 euro ontvangen van [betrokkene 1] . Naast [betrokkene 1] had [betrokkene 2] één laptop ter waarde van 275 euro besteld.”
- zich voorgedaan als bonafide aanbieder/eigenaar van een ademapparaat en
- een advertentie op marktplaats.nl geplaatst waarin hij, verdachte, een ademapparaat te koop aanbood voor het bedrag van 180 euro en
- de volgende naam van de aanbieder opgegeven: [A] , althans een andere naam dan de naam van verdachte en
- (toe)gezegd (per mail) dat als 155 euro op rekeningnummer [002] van de Rabobank zou worden overgemaakt, dat hij, verdachte, het ademapparaat zou opsturen, waardoor [betrokkene 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.”
(i) Een bij de politie afgelegde verklaring van [betrokkene 5] , voor zover inhoudende (bewijsmiddel 11):
Opmerking hof: in de bewezenverklaring van dit feit is per abuis het rekeningnummer van aangever [betrokkene 5] vermeld ( [002] ). Dat had het rekeningnummer van verdachte moeten zijn ( [001] ). Op dat laatste rekeningnummer heeft [betrokkene 5] het geld overgemaakt.
Ik heb telefonisch contact gehad met [betrokkene 5] . Ik heb hem gezegd dat ik het aangeboden apparaat in mijn bezit had en dat ik kon leveren. Afgesproken werd dat hij een ademapparaat zou kopen voor 155 euro. Ik heb hem vervolgens medegedeeld dat hij dat geldbedrag moest overmaken op mijn rekeningnummer [001] van de ABN-AMRO en dat ik het apparaat zou opsturen nadat ik bevestigd had gekregen dat hij het geld op deze rekening had overgemaakt. Ik heb gezien dat het geld gestort was door [betrokkene 5] . Op dat moment kon ik het apparaat echter niet aan hem leveren, omdat ik geen apparaat meer in mijn bezit had. Tot op de dag van heden, te weten 16 februari 2011, heb ik het apparaat niet kunnen leveren. Ik heb [betrokkene 5] ook het geld, te weten 155 euro, niet teruggegeven.”
- zich voorgedaan als bonafide aanbieder/eigenaar van een ademapparaat en
- een advertentie op marktplaats.nl geplaatst waarin hij, verdachte, een ademautomaat te koop aanbood voor het bedrag van 125 euro en
- de volgende naam van de aanbieder opgegeven: [A] , althans een andere naam dan de naam van verdachte en
- (toe)gezegd dat als 457 euro op rekeningnummer [001] van de ABN-AMRO zou worden overgemaakt, dat hij, verdachte, de ademautomaten zou opsturen, waardoor [betrokkene 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.”
(i) Een bij de politie afgelegde verklaring van [betrokkene 6] , voor zover inhoudende (bewijsmiddel 13):
In verband met een leveringsprobleem in het verleden, is mijn naam op internet besmet. Het is dan ook onmogelijk om met mijn eigen naam handel te drijven via internet. Daarom maak ik gebruik van de naam [A] . Zo heb ik in november 2010 een aantal Apeks TEK 3 ademautomaten aangeboden op marktplaats.nl, voor een bedrag van 125 euro per stuk. Er werd op deze advertentie gereageerd door [betrokkene 6] . Hij heeft een bedrag van 457 euro overgemaakt op mijn rekeningnummer [001] van de ABN-AMRO. Ongeveer een week na de betaling door [betrokkene 6] bleek mij dat het door hem bestelde en betaalde product uiteindelijk niet meer geleverd kon worden. Ik heb het geld niet geretourneerd aan [betrokkene 6] , omdat ik daar financieel niet toe in staat was.”
Verdachte heeft inderdaad bij het zaken doen met aangevers [betrokkene 5] en [betrokkene 6] niet onder eigen naam zaken gedaan, maar er bestaat volgens de verdediging geen causaal verband tussen het gebruik van die andere naam ( [A] ) en de totstandkoming van die bewuste overeenkomsten met [betrokkene 5] en [betrokkene 6] .
Het hof gaat van de volgende feiten uit.
Verdachte heeft via internet koopovereenkomsten gesloten met aangevers [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] . In geen van de gevallen heeft verdachte geleverd wat was overeengekomen: sterker nog, er heeft in het geheel geen levering van de verkochte en door aangevers/kopers betaalde goederen door verdachte plaats gevonden.
De reden die verdachte daarvoor heeft gegeven, te weten dat zijn eigen leverancier telkens niet aan hem, verdachte, leverde, acht het hof niet aannemelijk. Daarbij is allereerst van belang dat verdachte pas ter zitting van het hof op 14 mei 2014 de naam van die bewuste leverancier heeft willen noemen. Zelfs het begin van enige feitelijke onderbouwing van de stelling van verdachte dat hij met die [betrokkene 7] was overeengekomen dat die hem de in de tenlastelegging genoemde en door verdachte aan aangevers genoemde goederen zou leveren ontbreekt. Verdachte heeft evenmin betalingsbewijzen van zijn betalingen aan die [betrokkene 7] overgelegd. Dat verdachte in de zaken van aangevers daadwerkelijk zaken met die [betrokkene 7] zou hebben gedaan en dat diens wanpresteren voor verdachte de onmogelijkheid van het leveren van de aan aangevers verkochte goederen heeft teweeg gebracht, acht het hof, bij gebreke van enige feitelijke onderbouwing daarvan, niet aannemelijk geworden. In dit verband overweegt het hof nog dat de overeenkomsten met de 6 aangevers over een langere periode tot stand zijn gekomen. Het is, indien verdachte daadwerkelijk met die [betrokkene 7] zaken zou hebben gedaan, onwaarschijnlijk en ook onaannemelijk dat hij dat bleef doen terwijl die [betrokkene 7] kennelijk telkens niet leverde.
In de zaak van aangever [betrokkene 2] heeft verdachte op 28 augustus 2010 tijdens een telefoongesprek met aangever in strijd met de waarheid (verdachte had immers het verkochte goed helemaal niet voorhanden) gezegd dat hij de laptop nog wel in zijn bezit had en dat aangever die kon kopen. Tijdens latere contacten met aangever heeft verdachte vervolgens gezegd dat de laptop nog bij de curator lag. Het hof wijst hierbij er nogmaals op dat dit niet geloofwaardig is, nu verdachte niet eens de gegevens van die curator kan geven.
tweede middelbevat de klacht dat de beslissing van het hof ten aanzien van de strafoplegging onbegrijpelijk is.
Mijn cliënt heeft papieren bij zich van de schuldhulpverlening. Hij heeft zijn financiën inmiddels ondergebracht bij de Stadsbank Oost-Nederland. In totaal heeft hij een schuld van circa 10.000 euro en daarnaast heeft mijn cliënt nog een kleine schuld bij de DUO (de Dienst Uitvoering Onderwijs). Mocht u twijfels hebben bij dit verhaal, kunnen de documenten van de schuldhulpverlening aan uw hof worden overgelegd.
derde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte heeft bepaald dat de aan de twee benadeelde partijen toegewezen bedragen aan materiële schadevergoeding dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente.
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 592,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 523,80. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 155,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
(…)
BESLISSING
Het hof:
(…)
Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 6]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 6] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 523,80 (vijfhonderddrieëntwintig euro en tachtig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 5] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 155,00 (honderdvijfenvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
vierde middelbevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.