Conclusie
.
2.Kern beslissing hof
verklaardof gerechtvaardigd is te achten.” (onderstr. A-G)
verklaarbaarof gerechtvaardigd is te achten.”(onderstr. A-G)
3.Nadere analyse van de arresten
moetcontracteren en waarbij de inhoud van de overeenkomsten dientengevolge in belangrijke mate door de wederpartij kan worden gedicteerd [15] . De tweede categorie betreft, volgens de auteurs, gevallen waarin iemand door geestelijke of psychische factoren en een wederpartij die in een positie van geestelijk overwicht verkeert tot een voor hem nadelige overeenkomst wordt bewogen, terwijl hij anders in het geheel niet of in elk geval niet op de bedongen voorwaarden gecontracteerd zou hebben [16] .
Brandwijk/Brandwijkna zijn oordeel dat de economische dwangpositie waarin de ene partij zich bevindt en de nadeligheid van de overeenkomst in zijn algemeenheid nog niet het oordeel rechtvaardigt dat misbruik van omstandigheden is gemaakt, als volgt: “In een geval als het onderhavige, waarin de ene partij handelde onder invloed van een economische dwangpositie, zou voor een ander oordeel plaats kunnen zijn als zich nog andere omstandigheden dan die in het middel genoemde hadden voorgedaan, bijv. als de andere partij voor zichzelf of een derde een klaarblijkelijk onevenredig groot voordeel had bedongen. Omtrent zodanige andere omstandigheden heeft het hof echter niets vastgesteld” [27] .
5.Bespreking van het cassatiemiddel
Het slechts willen betalen van een prijs die, ten opzichte van de waarde die het aandelenpakket van S’Energy in februari 2009 vertegenwoordigde, zoveel lager was dat het verschil in redelijkheid niet verklaarbaar of gerechtvaardigd was, in de wetenschap dat S’Energy op dat moment geen reële alternatieven had, zal naar het oordeel van het hof misbruik van omstandigheden opleveren, zodat het beroep op vernietiging van de kwijtingsclausule, die S’Energy in beginsel belet om daarover een -deze- procedure te voeren, dan slaagt.
subonderdelen 1.1 t/m 1.3zijn uitwerkingen van klacht B.
subonderdelen 1.2 en 1.3keren zich tegen het oordeel van het hof dat voortgaan met procederen en het splitsen van de joint venture geen reëel alternatief was voor S’Energy.
subonderdeel 1.4houdt in dat het hof heeft miskend dat het bij misbruik van omstandigheden er tevens om gaat of Delta, gelet op alle relevante omstandigheden van het geval, daadwerkelijk wist of moest begrijpen dat zij zich van de transactie had behoren te weerhouden (hierna: “klacht C”).
subonderdelen 2.2.1 t/m 2.2.3(hierna: “klacht D”)
.
enigereële mogelijkheid was voor S’Energy om de samenwerking met Delta in de joint venture te beëindigen.
,zoals het hof ook overwogen heeft in rov. 3.9 (laatste zin), een professionele partij is en deskundige juridische en bedrijfseconomische/technische bijstand had [37] (subonderdeel 2.2.2).
subonderdeel 1.4doel treffen. Het hof heeft m.i. op voorhand een te groot belang toegekend aan de door deskundigen te onderzoeken vraag wat de objectieve waarde was van het aandelenpakket ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst en de mogelijk daaruit volgende omstandigheid dat Delta een te laag bedrag heeft betaald voor de aandelen, terwijl niet blijkt dat het hof alle voor misbruik van omstandigheden relevante factoren in samenhang zal bezien en bij zijn oordeel zal betrekken. De door het hof gegeven eindbeslissing getuigt daarmee niet alleen van een onjuiste opvatting van de in art. 3:44 lid 4 BW Pro neergelegde maatstaf, maar voldoet ook niet aan de daaraan te stellen motiveringseisen [39] .
subonderdeel 1.2, dat het oordeel van het hof dat voortgaan met procederen geen reëel alternatief was onbegrijpelijk is omdat het niet heeft gemotiveerd dat en waarom voortzetting van de twee nog lopende procedures (i. de procedure tot vernietiging van de besluiten waarmee Delta naast [betrokkene 1] twee bestuurders had benoemd in Sunergy en ii. de procedure over de aandelen Solland) geen reëel alternatief was, slaagt m.i. niet.
subonderdeel 1.3klaagt, is summierlijk gemotiveerd. Het hof passeert dit verweer op grond van “feiten als hiervoor opgesomd”, zonder aan te geven op welke feiten het doelt. Voorts noemt het hof “het gebrek aan middelen van S’Energy”. Mogelijk refereert het hof daarmee aan de overweging dat S’Energy niet kon voldoen aan de “capital calls” van Sunergy (rov. 3.7), waarvan Delta zich ook bewust was (rov. 3.8), en heeft het bedoeld dat het onwaarschijnlijk is dat S’Energy bij een opsplitsing van de activa van de joint venture, bestaande uit deelnemingen in diverse projecten, de investeringen zou kunnen opbrengen om een deel van die projecten voort te zetten. S’Energy heeft immers gesteld dat iedere denkbare aan haar toe scheiden helft in een voor S’Energy niet meer financierbare zeer hoge “burn rate” zou hebben gehad en voor de bouw van fabrieken heel veel geld nodig was waarover S’Energy in februari 2009 niet beschikte en waarvoor zij naar verwachting geen externe financiering zou kunnen ophalen [41] . In het licht van deze stelling is het oordeel van het hof, dat overigens nauw is verweven met de waardering van de feiten, m.i. niet onbegrijpelijk.
Subonderdeel 1.3faalt m.i. derhalve.
drooglegging(curs. hof) in 2007-2008, waarmee zij doelt op het tegenwerken van de overeengekomen plaatsing van het 10% pakket (genoemd in art. 2.2 van de aandeelhoudersovereenkomst geciteerd in 3.1.3), het staken van het uitvoeren van het FBP (3.1.5) en de blokkade van de obligatie-uitgifte (3.1.6); dit samenstel van gedragingen en nalaten heeft ertoe geleid dat S’Energy geen inkomsten uit Sunergy ontving en dat Sunergy aangewezen bleef op haar zittende aandeelhouders, van wie S’Energy niet in staat was voldoende te investeren (terwijl Delta dat niet, of onvoldoende deed).
afhankelijkheid(curs. hof). Het gaat dan om het opgesloten houden van het vermogen van S’Energy in Sunergy, door het verkopen van haar aandelen aan derden praktisch onmogelijk te maken. (S’Energy wijst op een verbod tot het opstellen van een informatiememorandum, het door Delta niet, of slechts te laat en dan niet naar behoren, spreken met belangstellenden als [B] (3.1.7), het door Delta niet voortzetten van de op 10 september 2008 ingezette uitkoopprocedure, maar deze ook niet intrekken en, meer zijdelings, de gang van zaken rond Solland).
drukmiddelen(curs. hof) toe door Sunergy niet meer te financieren en te dreigen Sunergy failliet te laten gaan, waardoor S’Energy ruim € 300 miljoen (de waarde van haar aandelen Sunergy) zou verliezen.
drooglegging, afhankelijkheid en drukmiddelen(curs. hof) door Delta zijn veroorzaakt in dit kader onbesproken kan blijven.
Delta en [A] erkennen op zichzelf op de relevante punten de feiten die S’Energy noemt. Hun verweer is louter gericht op de duiding daarvan.
subonderdeel 3.2,waarin zij klagen dat het oordeel van het hof (in rov. 3.6) dat Delta c.s. de door S’Energy genoemde (in rov. 3.5 weergegeven) feiten “op de relevante punten” erkennen onbegrijpelijk en in elk geval ontoelaatbaar onduidelijk is. Zoals ook volgt uit mijn bespreking van subonderdeel 3.1, is dit oordeel niet dragend voor het oordeel van het hof dat S’Energy geen reële alternatieven had voor het sluiten van de vaststellingsovereenkomst onder de daarin opgenomen voorwaarden.
onderdeel 4(zie hiervoor onder 5.17).