ECLI:NL:HR:2003:AI0358
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over geldigheid voortijdige opzegging diplomatenclausule
In deze zaak stond de geldigheid van een voortijdige opzegging van een huurovereenkomst centraal, waarbij een diplomatenclausule was opgenomen die bij overplaatsing tot voortijdige beëindiging kon leiden. Eiser had de huur opgezegd via een brief van zijn echtgenote, waarin geen ondubbelzinnig beroep op de clausule werd gedaan en de reden van opzegging niet verband hield met een overplaatsing naar het buitenland.
De rechtbank wees de vordering van eiser toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de opzegging niet rechtsgeldig was omdat de brief niet namens eiser was geschreven en geen duidelijke verwijzing naar de diplomatenclausule bevatte. Het hof veroordeelde verweerster tot betaling van een deel van het gevorderde bedrag.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Hij stelde dat het hof niet buiten de rechtsstrijd was getreden, maar juist had beoordeeld of de feiten en omstandigheden een beroep op de diplomatenclausule konden rechtvaardigen. De klachten van eiser werden verworpen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de voortijdige opzegging niet rechtsgeldig was.