ECLI:NL:PHR:2017:11
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid ondertoezichtstelling minderjarige ondanks geschil over medische informatie
De zaak betreft een geschil over de ondertoezichtstelling van een minderjarige dochter, waarbij de moeder het besluit van de Raad voor de Kinderbescherming aanvecht. De Raad had de rechtbank verzocht de dochter onder toezicht te stellen wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en onvoldoende acceptatie van noodzakelijke zorg door de ouders. De rechtbank wees het verzoek af, maar het gerechtshof vernietigde deze beslissing en stelde de dochter onder toezicht.
De moeder stelde cassatieberoep in. Zij voerde onder meer aan dat het verzoekschrift van de Raad niet voldeed aan de wettelijke eisen van concrete omschrijving van bedreigingen en dat het hof ten onrechte oordeelde dat de ouders verplicht waren medische informatie te verstrekken. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoekschrift wel voldeed aan de minimumeisen en dat het hof terecht had vastgesteld dat sprake was van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de dochter, mede vanwege de moeizame samenwerking tussen ouders en medische professionals.
De Hoge Raad benadrukte dat een ondertoezichtstelling een ingrijpende maatregel is die moet berusten op wettelijke gronden en proportioneel moet zijn. Het hof had voldoende gemotiveerd dat de maatregel noodzakelijk was ter bescherming van het belang van het kind. De klachten van de moeder over het niet toestaan van beperkte inzage in medische informatie faalden eveneens. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de ondertoezichtstelling van de dochter blijft in stand.