Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
De beslissing
Parket bij de Hoge Raad
Deze zaak betreft de onteigening van een perceel eigendom van eiseres door de Gemeente Den Haag voor de aanleg van de Rotterdamsebaan, een nieuwe weg die de Utrechtsebaan moet ontlasten.
Eiseres voerde verweer tegen de vervroegde onteigening en betwistte de noodzaak ervan, met name omdat niet het gehele perceel benodigd zou zijn en onduidelijkheid bestond over het gebruik als werkterrein en parkeervoorziening. De rechtbank oordeelde dat uit de plankaart, bestemmingsomschrijving en zakelijke beschrijving voldoende duidelijk bleek dat het perceel als werkterrein bestemd was en dat de rechtmatigheid van het onteigeningsbesluit beperkt moest worden getoetst aan de situatie ten tijde van het Koninklijk Besluit.
De Hoge Raad bevestigt deze beperkte toetsingsruimte en wijst erop dat nieuwe feiten na het KB aanleiding kunnen zijn voor een volledige toetsing, maar dat daarvan hier geen sprake was. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onterecht heeft afgezien van het bepalen van een zekerheidstelling voor de schadeloosstelling, omdat eiseres niet ondubbelzinnig afstand had gedaan van dit recht. De zaak wordt vernietigd en de Hoge Raad beveelt zelf een zekerheidstelling van €270.000,- toe te wijzen.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de Hoge Raad beveelt een zekerheidstelling toe te wijzen van €270.000,-.