Conclusie
middelklaagt dat het hof de op het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegde verklaring van de betrokkene heeft gedenatureerd.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die als president-commissaris van een beursgenoteerd bedrijf vertrouwelijk werd geïnformeerd over een voorgenomen overname. Hij verrichtte daarop aandelentransacties met voorkennis, wat leidde tot een veroordeling voor handel met voorkennis en het niet melden van wijzigingen aan de AFM.
Het hof Amsterdam stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 9.405,- en legde de verplichting tot betaling aan de Staat op. De verdachte stelde in cassatie dat het hof zijn verklaring ten onrechte had gedenatureerd, omdat hij slechts een opdracht aan de bank had gegeven en niet zelf de transacties had uitgevoerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht uit de verklaring en de accountoverzichten heeft vastgesteld dat de verdachte via zijn account zelf transacties verrichtte. Bovendien is het oordeel van de strafrechter dat sprake is van handelen met voorkennis bindend in de ontnemingsprocedure. Het cassatiemiddel faalt daarom en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van € 9.405,- blijft gehandhaafd.