ECLI:NL:PHR:2017:1406
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling openlijkheid geweldpleging in schoolgebouw onder art. 141 Sr
In deze zaak is de verdachte bij arrest van het hof veroordeeld wegens openlijke geweldpleging in vereniging in de aula van een school. De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het geweld in deze specifieke, niet vrij toegankelijke ruimte als 'openlijk' in de zin van art. 141 Sr Pro moet worden aangemerkt.
De kern van het geschil betreft de uitleg van het begrip 'openlijk' geweld en de vraag of dit geweld zich in een voor het publiek toegankelijke ruimte moet afspelen. De Hoge Raad benadrukt dat 'openlijk' geweld onverholen en niet heimelijk moet zijn, zodanig dat de openbare orde wordt aangetast, maar dat niet vereist is dat er daadwerkelijk publiek aanwezig is. Wel is het volgens vaste jurisprudentie noodzakelijk dat het geweld zich manifesteert in een publieke ruimte waar het publiek normaal gesproken toegang heeft.
De Hoge Raad overweegt dat een schoolgebouw, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een café, stadion of winkel, niet als een voor het publiek toegankelijke ruimte kan worden beschouwd omdat de toegang beperkt is tot leerlingen, personeel en genodigden. Hierdoor is het geweld in de schoolaula niet zonder meer openlijk in de zin van art. 141 Sr Pro. De conclusie is dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd en het arrest dient te worden vernietigd.
Daarnaast bespreekt de conclusie vergelijkbare jurisprudentie, buitenlandse wetgeving en de historische context van art. 141 Sr Pro. De Hoge Raad benadrukt het belang van een begrenzing van het delict tot geweld dat zich tegen de openbare orde keert, en waarschuwt voor een te ruime interpretatie die leidt tot willekeur. Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen voor een nieuwe beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering dat geweld in een schoolaula openlijk geweld oplevert onder art. 141 Sr.