Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelklaagt dat het hof de door de rechtbank vastgestelde partneralimentatie heeft verminderd met ingang van een vóór zijn uitspraak gelegen datum zonder te hebben onderzocht, zo nodig ambtshalve, of in redelijkheid van de vrouw kan worden gevraagd het teveel door haar ontvangen bedrag aan de man terug te betalen [4] . Ter toelichting op deze klacht heeft de vrouw aangevoerd dat op 15 oktober 2015 (datum ontbinding huwelijk) de bij beschikking van 11 februari 2015 vastgestelde alimentatieplicht voor de man ad € 1.170,- bruto per maand (na indexering per 1 januari 2016: € 1.185,21) een aanvang heeft genomen. De vrouw dient over een periode van vijf maanden in totaal een bedrag van ongeveer € 6.400,- terug te betalen aan de man. De vrouw stelt dat zij dit bedrag niet kan opbrengen. In strijd met vaste rechtspraak heeft het hof niet beoordeeld of de terugbetalingsverplichting in redelijkheid kan worden aanvaard, aldus de klacht.