Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
22 april 2014 en 23 september 2014;
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
Het heeft voorts bepaald dat indien de man in de periode vanaf 23 april 2014 meer ten behoeve van het levensonderhoud van de vrouw heeft betaald dan de door het hof vastgestelde bruto-behoefte, de vrouw dit meerdere aan de man dient terug te betalen. Het heeft die bruto-behoefte voor de hiervoor genoemde perioden vastgesteld op achtereenvolgens € 2.159,--, € 2.254,-- en € 1.925,-- per maand (rov. 5.61).
4.Beslissing
17 februari 2017.