Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
swapaftrekbaar zijn als kosten van een eigen woning. De belanghebbende heeft tot herfinanciering van zijn eigen woning in twee delen hypothecair van een bank geleend tegen een variabele rente plus een opslag ad 0,5 procent per jaar. Tot afdekking van het rentestijgingsrisico is hij daarnaast met de bank twee rente
swapsovereengekomen, waardoor hij per saldo een vaste rente betaalt. Hij acht de rente die hij op de
swapsaan de bank heeft betaald aftrekbare kosten met betrekking tot de eigenwoning in de zin van art. 3.120(1)(a) Wet IB 2001.
swapsfinanciële risico’s afdekken en de betalingen erop niet strekken tot vergoeding voor het lenen van geld. Zij oordeelde dat de betalingen op de swaps niet rechtstreeks zijn verbonden aan het opnemen, verlengen of aflossen van een eigenwoningschuld ex art. 3.120(1) Wet IB 2001 en heeft belanghebbendes beroepen ongegrond verklaard.
swapsin onderling verband en samenhang bezien omdat dat strookt met zowel de bedoeling van de partijen bij de overeenkomsten als de wijze waarop zij feitelijk uitvoering hebben gegeven aan die overeenkomsten. De
swapsbewerkstelligen volgens het Hof dat de belanghebbende op de geldleningen jaarlijks een vaste rente betaalt die aangemerkt kan worden als “rente van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, die behoren tot de eigen woningschuld” ex art. 3.120(1)(a) Wet IB 2001. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd. Hij heeft ook het subsidiaire standpunt van de Inspecteur verworpen, inhoudende dat de door de belanghebbende betaalde variabele rente en
swapkosten gesaldeerd moeten worden met door de bank aan de belanghebbende gedane betalingen.
swapszelfstandige vermogensbestanddelen zijn en de betalingen erop geen kosten van een eigenwoninglening zijn nu zij niet rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van een eigenwoningschuld. Het Hof heeft althans onvoldoende gemotiveerd dat van zulk rechtstreeks voortvloeien sprake zou zijn. Zouden de
swapkosten wel rechtstreeks voortvloeien uit de geldleningsovereenkomst, dan acht de Staatssecretaris onbegrijpelijk dat het Hof alleen de betalingen op de
swapin aanmerking heeft genomen en niet de uit diezelfde overeenkomst ontvangen vergoedingen.
swapeen vaste rente op de eigenwoninglening te bewerkstelligen, er geen aanleiding bestaat om die per saldo verschuldigde vaste rente fiscaal anders te behandelen dan de vaste rente op een gewone eigenwoninglening met rentevastperiode. Op basis van de in 5.1 en 7 weergegeven jurisprudentie zie ik niet in waarom een juridisch omslachtige vormgeving die slechts verklaard wordt door de margewensen van de aanbiedende bank tot een fiscaal ander resultaat zou moeten leiden als de bedoeling van de partijen is om hetzelfde effect te bereiken als een lening tegen een vaste rente en dat ook het materiële effect van die vormgeving is. ’s Hofs oordeel berust mijns inziens dus niet op een onjuiste rechtsopvatting.
swapszijn gelijk aan de hoofdsommen van de geldlening (de Staatssecretaris stelt dat niet zo is, maar dat is een in cassatie ontoelaatbaar novum); de variabele rente op de lening en die van de
swapzijn aan elkaar gelijk; en de overeenkomsten zijn nagenoeg gelijktijdig afgesloten. Dat de
swapskorter lopen dan de lening is mijns inziens niet relevant omdat ook de rentevastperiode van een gewone vasterentelening meestal korter loopt dan de lening.
swapsontvangen variabele rente niet heeft afgetrokken van de door hem aan de bank betaalde vaste rente. Daarvoor zie ik echter geen feitelijke grondslag. De door het Hof in aftrek toegelaten bedragen zijn het product van de vaste
swaprente en de som van de leningbedragen.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
roll overovereenkomst. Zij bestaat uit twee delen: (i) een hypothecaire lening ad € 1.368.660 ingaande 1 december 2005 met een variabele rente (driemaands Euribor plus 0,5 procent) en een
forward starting interest rate swapad 4,77 procent; en (ii) een hypothecaire lening ad € 3.169.142 ingaande 1 januari 2007 met een variabele rente (driemaands Euribor plus 0,5 procent) en een
forward starting interest rate swapvan 4,98 procent. Dit betekent dat de belanghebbende driemaands Euribor plus 0,5 procent plus de vaste rente à 4,77 c.q. 4,98 procent aan de bank betaalt en de bank driemaands Euribor aan de belanghebbende betaalt. De belanghebbende betaalt dus per saldo een vaste rente ad 0,5 plus 4,77 c.q. 4,98 procent.
swapsgeen bedragen ontvangen. Ik ga er van uit dat het Hof daarmee bedoelt dat de belanghebbende
per saldovan betalingen geen voordeel van de
swapsheeft genoten, want bij een rente
swapontvangen beide partijen immers per definitie wel degelijk betalingen van elkaar.
- voor 2010: € 166.192
- voor 2011: € 140.690
swapsaan de bank heeft betaald aftrekbare kosten zijn in de zin van art. 3.120(1)(a) Wet IB 2001.
swapsdienen tot het afdekken van financiële risico’s en dat de betalingen erop dus niet strekken tot vergoeding voor het lenen van geld en heeft op basis daarvan geoordeeld dat belanghebbendes kosten van de swapovereenkomst geen kosten zijn die rechtstreeks zijn verbonden aan het opnemen, verlengen of aflossen van een eigenwoningschuld ex art. 3.120(1) Wet IB 2001. De Rechtbank heeft belanghebbendes beroepen ongegrond verklaard.
3.Het geding in cassatie
swapniet als kosten van een eigenwoninglening kunnen worden aangemerkt nu zij niet rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van de eigenwoningschuld als bedoeld in die bepaling. Het Hof heeft althans onvoldoende gemotiveerd waarom sprake zou zijn van een dergelijk rechtstreeks voortvloeien. Zou het wel gaan om kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de geldleningsovereenkomst, dan acht de Staatssecretaris het onbegrijpelijk dat het Hof dan alleen de betalingen uit hoofde van de
swapin aanmerking neemt en niet de uit diezelfde overeenkomst voortvloeiende vergoedingen.
swapis een zelfstandig vermogensrecht, afgesloten om een eventueel renterisico af te dekken, dat ook los (van een lening) kan worden afgesloten. Het is een financieel product (een derivaat), zoals er vele financiële producten zijn die mogelijk eveneens in combinatie met een eigenwoningschuld kunnen worden afgesloten, bijvoorbeeld de rente
capdie een renteplafond instelt als bescherming tegen rentestijging. De swaps hebben een eigen waarde en kunnen tussentijds worden beëindigd, waarbij een afrekening plaatsvindt die los staat van de (omvang van de) eigenwoningschuld. De looptijd van de
swapskomen niet overeen met de looptijd van de geldlening. De swapovereenkomst bevat geen mechanisme om haar aan te passen als de lening geheel of gedeeltelijk zou worden afgelost.
swapsdaarom te ver verwijderd om de kosten van de
swapsaan te merken als kosten die rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van de eigenwoningschuld als bedoeld in art. 3.120(1) Wet IB 2001. Hij ziet steun in HR BNB 2017/24 (over een wissel van de valuta van de hoofdsom van een eigenwoningschuld; zie 5.6 hieronder) en in HR BNB 1980/315 (de
swapsstrekken niet tot terbeschikkingstelling van een hoofdsom; zie 5.1 hieronder).
verweerstelt de belanghebbende dat bij het aangaan van de
swapgeen kosten zijn betaald en dat de Staatssecretaris door steeds de term ‘kosten’ te gebruiken een nieuw element in de procedure inbrengt waarvoor in cassatie geen plaats is.
swapsheeft ontvangen. De vraag of en hoe een ontvangen vergoeding in de belastingheffing betrokken zou moeten worden, doet volgens belanghebbende dan ook in het geheel niet ter zake.
swapsverweven zijn. Het Hof heeft dat oordeel volgens de belanghebbende voldoende gemotiveerd.
4.De wet en een beleidsbesluit
a. de renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, die behoren tot de eigenwoningschuld;
b. de periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht, opstal en beklemming met betrekking tot de eigen woning.”
interest rate swap; PJW] is afgestemd op de hoofdsom van de (eigenwoning)lening en tezamen met de variabele rente op de lening leidt tot een vaste rente over de hoofdsom, lijkt de afrekening uit hoofde van een IRS-contract onder de door de staatssecretaris gehanteerde definitie van rente te vallen; dit geldt dan voor zowel betalingen aan als ontvangsten van de bank.”
5.Renten van schulden of kosten van geldleningen?
Renten van schulden
swapals rente van de eigenwoningschuld aan te merken. [6]
escape(
equity structured call and put exposure)had gekocht die recht gaf op levering van een verhandelbare
put warranten een tegengestelde verhandelbare
call warrant, en de warrants gaven recht op een uitkering door de Midland Bank. De fiscus zag hierin fiscaalrechtelijk een geldlening omdat de belegger door de combinatie van de optieposities effectief geen risico op zijn inleg liep. Het saldovoordeel bij uitkering op de
escapezou dus belaste rente zijn en niet een onbelast vermogensresultaat op opties (het belastingjaar 1996 viel nog onder de Wet IB 1964). U overwoog echter:
swapin combinatie met een eigenwoninglening: [10]
swapbetaalde bedragen
op zichzelfniet als renten van bepaalde schulden kunnen worden beschouwd. Uit het agiolening-arrest volgt niet dat de op een rente
swapbetaalde bedragen als vergoeding voor het ter beschikking stellen van een hoofdsom kunnen worden beschouwd. Als zodanige vergoeding kan in beginsel slechts de bij de terbeschikkingstelling van de hoofdsom overeengekomen variabele rente worden aangemerkt.
swapbetaalde bedragen
op zichzelfevenmin kunnen worden aangemerkt als kosten van geldleningen in de zin van art. 3.120(1)(a) Wet IB 2001, nu zij niet worden gemaakt om de hypothecaire lening te verkrijgen, te verlengen of af te lossen en zij niet – in beginsel – eenmalig worden gemaakt, zoals de wetgever kennelijk op het oog had: [13]
6.Contractuele koppeling van eigenwoninglening en renteswap
swapop zichzelf geen renten of kosten van geldlening zijn, ook niet als een zeker verband bestaat met een bepaalde lening (bijvoorbeeld omdat de hoofdsom daarvan dienst doet als rekengrootheid voor de
swap), sluit niet uit dat een eigen-woning-leningovereenkomst en een rente
swap-overeenkomst zodanig nauw samenhangen dat hun combinatie als één geheel (als een lening tegen een vaste rente) kan worden gezien.
swapovereenkomst in verband met geldleningen die dienden tot financiering van zowel de onderneming van de belanghebbende (een hoveniersbedrijf) als de tot het privévermogen van hem en zijn echtgenote behorende eigen woning. De Rechtbank zag onvoldoende rechtstreeks verband tussen de
swapen de eigenwoningschuld:
swapen hypothecaire leningen dat zij als één geheel moesten worden beschouwd:
swapserop gericht was om die te doen fungeren als
hedgevoor het renterisico in verband met de eigenwoningschuld:
4.4.5. Belanghebbende heeft de gestelde samenhang tussen de eigenwoningschuld en de IRS niet gebaseerd op stukken uit 2008 of 2009, maar op brieven van medewerkers van de [bank] van 5 juni 2013 en van 17 december 2013. Naar het oordeel van het Hof vormt het in de brief van 5 juni 2013 vermelde beleid van [bank] voor de aanwezigheid in 2008 en/of 2009 van een ‘rechtstreeks verband’ tussen de eigenwoningschuld en de IRS onvoldoende bewijs. Ook hetgeen omtrent die overeenkomsten in de brief van 17 december 2013 is vermeld, acht het Hof niet voldoende om een dergelijk verband aanwezig te achten. Daartoe acht het Hof hetgeen daarin omtrent de gang van zaken rond de gedeeltelijke aflossing van de eigenwoningschuld bij de verkoop van de woning [adres] te Amsterdam is vermeld, te indirect van belang voor de vraag wat ten tijde van het aangaan van de eigenwoningschuld en de IRS de wil van de daarbij betrokken partijen was.
margin-verplichting was die vaak bij rente
swapswordt overeengekomen: de klant moet de bank
cashof zekerheid verstrekken als de
swaponder water geraakt.
swapkosten in verband met de eigenwoningschuld aftrekbaar zijn, maar legde de bewijslast ter zake van het volgens hem vereiste nauwe verband met de eigenwoninglening bij de belanghebbende, die daar niet aan voldeed. Ik maak hieruit op dat het Hof Amsterdam zowel qua maatstaf (de
swapen de eigenwoninglening moeten zodanig nauw samenhangen dat zij als één geheel kunnen worden beschouwd) als qua bewijslast (die rust op de belastingplichtige) dezelfde lijn volgt als het Hof Den Haag in onze zaak, en dat het verschil in uitkomst verklaard wordt door het verschil in de feiten, met name in de contractsbepalingen, die in de Amsterdamse zaak mede een
margin-verplichting voor de belanghebbende inhielden. Zo’n verplichting kan tot liquiditeitsproblemen leiden en strookt dus niet met een gestelde bedoeling financiële zekerheid te verkrijgen.
swapin combinatie met een eigenwoningschuld (in een geschil dat in hoofzaak over een - mislukte - erfpachtconstructie ging): [18]
7.De behandeling van renteswaps in de winstsfeer
swapzoals de litigieuze kan tijdens de looptijd een waarde krijgen. Stijgt de rente na het afsluiten van het contract, dan ontvangt de klant een hogere variabele rente van de bank; daalt de marktrente, dan ontvangt de klant een lagere variabele rente; de klant betaalt daartegenover de gelijk blijvende vaste rente. In het eerste geval krijgt de
swapdus een positieve en in het tweede geval een negatieve waarde in het economische verkeer.
swapzodanig samenhangen dat goed koopmansgebruik gezamenlijke waardering vereist. [21] Maar in de literatuur wordt ook opgemerkt dat uw jurisprudentie ziet op
fair value hedges(afdekking van het risico van wijzigingen in de reële waarde van een balanspost) en dat onzeker is of samenhangende waardering ook verplicht is bij
cash flow hedges(afdekking van het risico van wijzigingen in toekomstige kasstromen). [22]
swapverdedigd kan worden dat zolang de lening en het swapcontract voor gelijke hoofdsommen gelijk lopen
de factosprake is van een vastrentende lening, zodat HR BNB 2010/242 [24] alsdan uitsluit dat een marktrentebeweging de fiscale jaarwinst raakt en bijgevolg ook dat de negatieve waardeontwikkeling (bij een rentedaling) van de
swapde fiscale jaarwinst niet raakt. Ook de auteurs van de Cursus Belastingrecht menen op basis van uw jurisprudentie over de waardering van vastrentende leningen dat tussentijdse waardeverminderingen van een rente
swapin beginsel niet als verlies mogen worden genomen. [25]
swapgekoppeld aan een lening die deels het bedrijf en deels privévermogen van de belanghebbende financierde. Over het deel dat het bedrijf financierde, oordeelde zij dat de lening en de
swapzodanig met elkaar samenhingen dat zij in onderlinge samenhang moesten worden gewaardeerd; afzonderlijke in aanmerkingneming van de negatieve waarde van de
swapzou, gezien HR BNB 2004/163 en HR BNB 2010/242, [28] de regels van goed koopmansgebruik schenden. Bruins Slot (NTFR 2016/594) meent dat de Rechtbank een verkeerde conclusie trekt omdat zij uw
fair value hedgejurisprudentie toepast op een
cash flow hedgeen zij de schaarse
cash flow hedgejurisprudentie juist buiten beschouwing laat. Volgens hem heeft u in HR BNB 2003/253 [29] geoordeeld dat een
cash flow hedgecontract zelfstandig moet worden gewaardeerd. Een ongerealiseerd verlies op een
swapcontract mag zijns inziens daarom fiscaalrechtelijk worden genomen. In die zaak was een £-lening als afdekinstrument gebruikt voor de £-koopsom voor een deelneming. Asma en Storm van ’s Gravesande vinden het te ver gaan om die situatie gelijk te stellen met een
cash flow hedge. [30]
swapen de lening niet van belang omdat die verschillen bij aanvang van de
swapen de lening niet waren beoogd. Ook stelde de Inspecteur onder meer dat de
swapgeen zelfstandig vermogensrecht is dat rendabel ter beschikking van een werkzaamheid kan worden gesteld. Het Hof Amsterdam [31] heeft de uitspraken van de Rechtbank bevestigd, daartoe overwegende: [32]
In de offerte voor de leenovereenkomst is vermeld dat in verband met de variabele rente een rentederivaat dient te worden overeengekomen en in de leenovereenkomst zelf is hier onder het kopje ‘Afdekking renterisico’ naar verwezen (zie onder 2.2. uitspraak rechtbank en onder 2.2). Dit betekent dat [(…) bank Y] aan de door haar aan belanghebbende verstrekte lening de voorwaarde heeft verbonden van een één op één rentederivaat – de IRS – dat bewerkstelligt dat de variabele 1 maand Euribor rente (exclusief opslagen) van de lening is ‘gedraaid’ in een vaste rente. De ter zake van de IRS aan belanghebbende verschuldigde variabele rente (receiver swap premie) en de ter zake van de lening verschuldigde variabele rente (exclusief opslagen) compenseren elkaar, zodanig – en overeenkomstig de bedoeling van partijen – dat belanghebbende over de van [(…) bank Y] geleende hoofdsom van € 7.000.000 (per saldo) in wezen een vaste rente van 4,460% verschuldigd is. Het risico dat verbonden is aan het ter zake van de lening verschuldigd zijn van een variabele rente (exclusief opslagen) is op deze wijze volledig gedekt. Nu de IRS aldus (causaal) in functie staat van de lening dient met die omstandigheid bij de waardering van de lening en de IRS naar goed koopmansgebruik rekening te worden gehouden. Daartoe dienen de IRS en de lening, bezien in samenhang, voor de toepassing van goed koopmansgebruik te worden gekwalificeerd als een langlopende (hypothecaire) lening van [(…) bank Y] aan belanghebbende, met een hoofdsom – bij aanvang van de lening – van € 7.000.000 tegen een vaste, jaarlijks verschuldigde rente van 4,460%. Voor een afzonderlijke (negatieve) waardering van de IRS is dan geen plaats.”
8.Behandeling van het middel
swapbereiken dat hij per saldo een vaste rente betaalt. Door naast het contract met de variabele rente een ruil af te spreken van een te betalen vaste rente tegen een te ontvangen variabele rente over eenzelfde hoofdsom, kan hij de twee variabele rentes tegen elkaar wegstrepen, zodat per saldo een vaste rente resteert. De vraag rijst waarom een geldinlener dan niet meteen een vaste rente (of een rente
cap) afspreekt als dat is wat hij wil. De Groene Amsterdammer [33] geeft als verklaring dat de banken begin deze eeuw kleine marges maakten op uitgegeven (bedrijfs)leningen omdat de rente daalde en dat zij daarom meer producten met marge aan hun klanten wilden verkopen. Volgens De Groene Amsterdammer werd klanten geadviseerd een
swapte kopen, waarbij de combinatie swap/variabelerentelening als goedkoper gepresenteerd werd dan een enkelvoudige lening met gewone vaste rente [34] en klanten flexibiliteit werd voorgehouden omdat een lening met variabele rente boetevrij kan worden afgelost. Toen in 2008 de crisis uitbrak en de rente nog verder daalde, merkten veel ondernemers met een aldus aangeschafte rente
swapdat die een negatieve waarde kreeg die leidde tot voor hen onverwachte renteopslagen op de variabele rente omdat klanten met een negatieve
swapop de balans voor de banken een groter risico zijn. Die mogelijkheid tot verhoging van de renteopslag hadden de banken bedongen, maar niet erg benadrukt. De evenmin benadrukte
margin-verplichting bij onder water geraken van de
swapleidde voorts tot liquiditeitsproblemen en veel ondernemers met een
swapkwamen in problemen als zij wilden verkopen of herfinancieren omdat zij een afkoopsom verschuldigd werden bij voortijdige beëindiging van de
swap. De Minister van Financiën heeft een onafhankelijke commissie ingesteld die een herstelkader heeft ontworpen om benadeelde mkb-ondernemers te compenseren. [35] Uit de thans te beoordelen zaak en uit de boven geciteerde jurisprudentie blijkt dat ook aan particulieren die hun eigen woning wilden financieren leningen met variabele rente gecombineerd met een rente
swapzijn verkocht.
swap-combinaties lijken zich twee opvattingen af te tekenen. De ene betoogt dat een rente
swapeen zelfstandig vermogensrecht is dat verkregen wordt om een renterisico af te dekken of om te speculeren en dat de betalingen erop geen vergoeding zijn voor het lenen van geld. De bedoeling van de partijen bij het sluiten van de rente
swapovereenkomst is in deze opvatting niet relevant. Deze stroming wordt vertegenwoordigd door de Inspecteur, de Staatssecretaris en de Rechtbank Den Haag (zie 2.8 hierboven). De andere opvatting is dat als tussen de rente
swapen de geldlening een zodanige samenhang bestaat dat zij economisch als één geheel kunnen worden beschouwd en het ook de bedoeling van de contractanten was om met de
swapeen vaste rente op de variabelerentelening te bewerkstelligen, de per saldo betaalde vaste rente fiscaal net zo behandeld moet worden als de aftrekbare vaste rente op een ‘gewone’ vasterente-eigenwoninglening.
swap. Met name is vereist dat de
swapniet in meer dan bijkomstige of onvermijdelijke mate ook een ander, speculatief doel dient.
swapovereenkomst uitgaat hoger is dan de hoofdsom van de geldlening, of als de
swapovereenkomst langer loopt dan de geldlening, kunnen dat aanwijzingen zijn dat het in significante mate (tevens) om speculatie, althans andere bedoelingen gaat. Dat de looptijden niet gelijk zijn (maar die van de
swapkorter is dan die van de lening), zegt dat volgens mij op zichzelf nog niets, nu ook de rentevast-periode veelal korter is dan de looptijd van een hypothecaire lening.
swapszijn voorts gelijk aan de hoofdsommen van de geldlening. De Staatssecretaris stelt dat de hoofdsom van de
swapsafwijkt van die van de eigenwoningschuld, [37] maar dat is een ontoelaatbaar novum: in hoger beroep heeft de belanghebbende gesteld dat de bedragen overeenkomen [38] en dat is door de Inspecteur niet betwist. Ook de variabele rente op de lening en die van de
swapzijn aan elkaar gelijk: driemaands Euribor. De overeenkomsten zijn tenslotte nagenoeg gelijktijdig afgesloten. Dat de looptijd van de
swapskorter is dan de looptijd van de lening is, zoals opgemerkt, mijns inziens niet relevant. In het licht van de boven (8.1) geschetste achtergrond van de
marketingvan eigenwoninglening-rente
swaps, is het in het algemeen ook niet onaannemelijk dat een klant zoals de belanghebbende de bedoeling had een vaste rente op zijn lening te bewerkstelligen. Dat de bank mede de bedoeling had om die vaste rente uiteindelijk hoger te doen zijn dan die op een gewone rentevast-lening is mijns inziens geen contra-indicatie.
swapkosten (vaste rente) niet gesaldeerd hoeven te worden met de door de bank vergoede
swapbedragen (variabele rente). Hij lijkt er van uit te gaan dat het Hof naast de variabele rente op de geldlening wel de door de belanghebbende betaalde vaste rente op de
swapin aanmerking heeft genomen maar niet de daartegenover ontvangen variabele rente in mindering heeft gebracht. Daarvoor zie ik geen feitelijke grondslag. Het Hof heeft de variabele rente op de lening juist gesaldeerd met de ontvangen variabele
swaprente (dus tegen elkaar weggestreept, waardoor alleen de - inderdaad per saldo als enige betaalde – vaste rente resteerde). Met de overweging dat de belanghebbende geen bedragen op de
swapheeft ontvangen, heeft het Hof kennelijk bedoeld dat de belanghebbende
per saldogeen bedragen heeft ontvangen. Een en ander is af te leiden uit de bedragen die het Hof in r.o. 3.4 t/m 3.7 noemt. [39] Het Hof heeft de aftrekbare bedragen voor elk van de geschiljaren vastgesteld op € 223.108. Dit bedrag komt overeen met de door de belanghebbende betaalde vaste rente op de
swap. [40] Ik leid daar uit af dat zowel de door de belanghebbende betaalde variabele rente plus opslag ad 0,5% op de geldlening als de door hem ontvangen variabele rente op de
swapdoor het Hof buiten aanmerking zijn gelaten.
swap)rente
plusde 0,5% opslag aan zijn hypotheekbank. Hij heeft echter niet gevraagd om aftrek van die 0,5%.
swapwordt beëindigd, ontvangt de klant een afkoopsom van de bank, die correspondeert met het renteverschil over de toekomstige periode. Omdat de klant na beëindiging van de
swapniet meer de per saldo vaste rente, maar de hogere variabele rente op de geldlening zal aftrekken, moet een dergelijke ontvangen vergoeding mijns inziens - ineens - worden belast als negatieve aftrekbare rente. Is de marktrente gedaald, dan zal bij beëindiging een afkoopsom aan de bank betaald moeten worden. Die acht ik vergelijkbaar met de boeterente die betaald moet worden als de klant een vastrentende lening oversluit naar een lager rentende variabele versie en is daarom mijns inziens aftrekbaar, mogelijk getemporiseerd op de voet van art. 3:120(4) Wet IB 2001 indien een beroep op (het gelijkheidsbeginsel en) het Besluit eigenwoningrente 2010 niet mogelijk is. Volgens dat Besluit [41] is reële boeterente (niet in wezen vooruitbetaalde toekomstige rente op de nieuwe lening) ineens aftrekbaar.