Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof het verweer, dat de verklaring van de getuige [betrokkene 1] onbetrouwbaar is omdat niet valt uit te sluiten dat de getuige de verdachte kende van een eerdere ontmoeting, onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
tweede middelhoudt in dat het hof door bewezenverklaring van het tenlastegelegde het bepaalde in art. 342 lid 2 Sv Pro heeft geschonden.