Conclusie
middelhoudt in dat de rechtbank het summiere en voorlopige karakter van de beklagprocedure onvoldoende in aanmerking heeft genomen.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een beklagprocedure tegen het beslag op een personenauto van het merk Mercedes-Benz, type Glk 220 Cdi 4ma, die op 3 november 2014 onder klager is gelegd. De rechtbank had het beklag gegrond verklaard en de teruggave van de auto gelast, waarbij zij oordeelde dat klager redelijkerwijs als rechthebbende kon worden aangemerkt en dat het belang van de strafvordering zich niet langer tegen opheffing van het beslag verzette.
De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat het beslag gehandhaafd moest blijven, gelet op de vermogenspositie van klager en het feit dat de auto direct na aankoop op naam van een derde was gezet. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank het juiste toetsingskader niet had toegepast, met name door onvoldoende rekening te houden met het summiere en voorlopige karakter van de beklagprocedure en door zich feitelijk in te laten met de vraag of er voldoende bewijs was voor witwassen.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor herbeoordeling. Tevens werd opgemerkt dat na terugwijzing door de Hoge Raad de beoordeling van het klaagschrift door een andere rechter dan de eerdere rechter moet plaatsvinden om onpartijdigheid te waarborgen.
De conclusie bevat ook een uitgebreide toelichting op het summiere karakter van de beklagprocedure en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin het belang van een juiste toetsing in dergelijke procedures is benadrukt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar het hof voor herbeoordeling van het beklag tegen het beslag op de personenauto.