De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte is veroordeeld voor diefstal van elektriciteit tussen 16 september 2010 en 12 april 2011 ten behoeve van een hennepkwekerij in een woning te Hoofddorp. De verdachte werd tevens veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit de Opiumwet.
De verdediging voerde aan dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd omdat deze uitsluitend was gebaseerd op verklaringen van één getuige, een medewerker van energiemaatschappij Liander N.V. De Hoge Raad overweegt dat artikel 342, tweede lid, Sv vereist dat een bewezenverklaring niet uitsluitend op één getuige mag steunen zonder steun in ander bewijsmateriaal, maar dat dit niet betekent dat elk aspect door meerdere bewijsmiddelen moet worden ondersteund.
Het hof had het bewijs grotendeels gebaseerd op de waarnemingen van een fraudespecialist van Liander N.V., die een illegale elektriciteitsaansluiting constateerde die buiten de meter om stroom leverde aan de hennepkwekerij. Dit werd ondersteund door diverse andere bewijsmiddelen, waaronder politieprocessen-verbaal, verklaringen van verhuurders en buren, een huurcontract en een berekening van het illegaal afgenomen elektriciteitsverbruik.
De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof dat het bewijs voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal niet onbegrijpelijk is en geen miskenning van artikel 342, tweede lid, Sv inhoudt. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.