ECLI:NL:PHR:2017:400

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2017
Publicatiedatum
7 juni 2017
Zaaknummer
16/05397
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 98 SvArt. 218 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep beslagene inzake verschoningsrecht

In deze zaak staat het verschoningsrecht centraal in een beklagprocedure over geheimhouderstukken. De beslagene, die niet verschoningsgerechtigde is, heeft een klaagschrift ingediend tegen een eerdere beslissing van de rechtbank Gelderland die zijn klaagschrift deels niet-ontvankelijk verklaarde en deels gegrond. De verschoningsgerechtigde heeft eveneens een klaagschrift ingediend in dezelfde zaak.

De Hoge Raad heeft in een samenhangende zaak het cassatieberoep van de verschoningsgerechtigde verworpen, waardoor het oordeel in die beklagprocedure onherroepelijk is geworden. Op grond van deze onherroepelijke beslissing moet het belang van de beslagene bij het beklag worden ontzegd, omdat alleen de verschoningsgerechtigde het recht heeft om zich op het verschoningsrecht te beroepen.

De Hoge Raad concludeert daarom dat het cassatieberoep van de beslagene niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit volgt uit de artikelen 98 en 218 van het Wetboek van Strafvordering en eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad uit 2015 en 2016. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep van de beslagene.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de beslagene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies van belang bij het beklag.

Conclusie

Nr. 16/05397
Mr. Machielse
Zitting 18 april 2017
Conclusie inzake:

[klager]

1. De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft op 28 oktober 2016 het klaagschrift van klager niet-ontvankelijk verklaard voor zover betrekking hebbend op de stukken met de nummers 50, 52 en 13 tot en met 29, en gegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op de stukken met de nummers 12, 30 tot en met 49 en 51.
2. Klager heeft tegen deze beschikking cassatie doen instellen. Mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, heeft een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie. [1]
3. Klager is beslagene maar niet de verschoningsgerechtigde. De verschoningsgerechtigde heeft in dezelfde zaak ook een klaagschrift ingediend. In de beklagzaak van de verschoningsgerechtigde strekt mijn conclusie van heden tot verwerping van het beroep. De lijn volgend die de Hoge Raad heeft uitgezet heeft dat tot gevolg dat klager het belang bij het beklag heeft verloren en dat het cassatieberoep van klager niet kan worden ontvangen. [2]
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.De HR heeft eerder in deze zaak beslissingen genomen in HR 13 oktober 2015, NJ 2016, 8 m.nt. Vellinga-Schootstra en in HR 28 juni 2016, NJ 2016, 377 m.nt. Vellinga-Schootstra.
2.HR 13 oktober 2015, NJ 2016, 8 m.nt. Vellinga Schootstra.