Conclusie
eerste middelklaagt dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte de bewezenverklaarde bankbiljetten van 50 euro en 20 euro heeft weggenomen, althans dat het hof met zijn bewijsvoering is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging zonder in het bijzonder de redenen op te geven die tot die afwijking hebben geleid.
Feit 1: vrijspraak diefstal H&M [betrokkene]
tweede middelklaagt dat het hof de strafoplegging onbegrijpelijk, althans ontoereikend heeft gemotiveerd.
veroordelingenmaar bij soortgelijke
feitendie de verdachte eerder heeft begaan. Daarover straks meer. Verschil is er ook met de arresten van de Hoge Raad van 25 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4274 en 6 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3290, NJ 2009/505. In het arrest van 25 maart 2008 was de overweging van het hof dat de verdachte blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie ter zake van het plegen van soortgelijke strafbare feiten was veroordeeld niet begrijpelijk nu dat uittreksel een dergelijke veroordeling niet inhield, en in het arrest van 6 oktober 2009 had het hof ten onrechte bij de strafoplegging in strafverzwarende zin een niet-onherroepelijke veroordeling (en de bekendheid van de verdachte daarmee) in aanmerking genomen.
ad informandumen behoeft hier geen bespreking. Over de andere twee mogelijkheden wordt het volgende gezegd: