Conclusie
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 5 primair niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, aangezien het oordeel van het hof dat buiten redelijke twijfel staat dat [slachtoffer 2] is overleden aan een dodelijke hoeveelheid medicijnen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen.
“Ten aanzien van het onder 5 primair bewezen verklaarde
relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, getiteld ‘Toxicologisch onderzoek in lichaamsmateriaal van [slachtoffer 2] van 13 mei 2014’ opgemaakt door dr. KJ. Lusthof, toxicoloog ERT (ZD map 1, p. 985 e.v.).
Te onderzoeken materiaal
Resultaten
Conclusie
rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, getiteld ‘Aanvullende vragen naar aanleiding van toxicologisch onderzoek in lichaamsmateriaal van [slachtoffer 2] ’, opgemaakt door dr. M.J. Vincenten-van Maanen, apotheker, van 15 juli 2014, (los opgenomen).
M.J. Vincenten-van Maanen, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg op 29 oktober 2014.
K.J. Lusthof, afgelegd ter terechtzitting in hoge, beroep op 26 mei 2016.
getuige [getuige 1]van 25 januari 2016, opgemaakt door mr. M.M.H.P. Houben, raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij het gerechtshof Amsterdam.
het hof begrijpt: volgens de verdachte) gezegd dat hij aan een hartstilstand was overleden.
naar het hof begrijpt: van [slachtoffer 2]) geweest en hebben hem vragen gesteld. Ik vroeg aan de huisarts de doodsoorzaak van mijn vader. De huisarts zei: ‘Dat weet ik niet’. Toen zei ik tegen de huisarts: ‘ik zei toch tegen [verdachte] dat het een hartstilstand was?’ Toen zei de huisarts: ‘Als iemand dood is loopt zijn hart niet meer, dus staat zijn hart stil’. Ik vroeg aan de huisarts: ‘Was het dan een hartstilstand?’ Hij zei: ‘Nee, het kan net zo goed een hersenbloeding of iets anders zijn. Het kan van alles zijn’.
getuige [getuige 1]van 6 maart 2013 (p. 1020 e.v.).
[getuige 1]:
het hof begrijpt: de verdachte) en hij de Kilimanjaro beklommen. Hij schaatste één keer per twee weken. Ik had de indruk dat hij de laatste paar maanden van zijn leven gelukkiger was, hij was vrolijker, dit ook omdat hij veel voldoening haalde uit zijn antiekwinkeltje. Ik heb op 20 augustus 2012 om 13.37 uur voor het laatst met mijn vader gesproken via de telefoon. Tijdens het gesprek heeft mijn vader niets bijzonders gezegd.
getuige [getuige 1]van 11 maart 2014 (ZD map 1, p. 1035 en 1036).
[getuige 1] :
getuige [getuige 2]van 12 maart 2014 (ZD map 1, p. 1017 e.v.).
[getuige 2]:
getuige [getuige 2]van 3 maart 2013 (ZD map 1, p. 1007 e.v.).
[getuige 2]:
relaas van verbalisant [verbalisant 2]:
het hof begrijpt: de moeder en de broers van [slachtoffer 2]) zeiden dat [slachtoffer 2] fel tegen medicijngebruik was. Het was volgens [slachtoffer 2] het vergiftigen van je lichaam.
getuige [getuige 3]van 2 oktober 2013 (ZD map 1, p. 1067 e.v.).
het hof begrijpt: de verdachte) wel eens medicijnen van haar werk mee naar huis nam.
getuige [getuige 3]van 11 maart 2014 (ZD map 1, p. 1071 e.v.)
Bewijsoverweging ten aanzien van het in zaak A onder 5 primair ten laste gelegde
tweede middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, komt met een tweetal rechtsklachten en een motiveringsklacht op tegen de bewezenverklaring van de voorbedachte raad. Daarnaast klaagt het middel dat niet uit de bewijsmiddelen kan volgen dat de verdachte “anderszins handelingen heeft verricht” welke schadelijk waren voor de gezondheid van [slachtoffer 2] .
Voorbedachte raad
NJ2014/156 m.nt. Keulen heeft de Hoge Raad, voor zover hier van belang, overwogen:
Materieel Strafrechtvan De Hullu. Ik kan mij evenwel niet aan de indruk onttrekken dat daaruit enigszins selectief is geciteerd. De Hullu bespreekt in zijn handboek, op de pagina waarnaar de steller van het middel verwijst, namelijk (ook) de indicaties die worden onderkend vóór het bewijs van voorbedachte raad. Ik wijs op de passage: “Daarbij zou niet alleen kunnen worden gedacht aan de min of meer archetypische voorbedachte raad, bestaande [uit] een duidelijk vooropgezet plan en onmiskenbare voorbereidingshandelingen ter uitvoering van dat plan (de klassieke gifmoord bijvoorbeeld), maar ook aan de aanwijsbaarheid van echte, voor beraad geschikte keuzemomenten.” [2] Het citaat spreekt wel voor zich: keuzemomenten vormen een aanknopingspunt voor het bewijs van voorbedachte raad, maar
de klassieke gifmoordwordt, en met recht, in het verband van de voorbedachte raad als archetypisch voorbeeld genoemd.
derde middelkeert zich met een motiveringsklacht tegen de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.
Het oordeel van het hof