Conclusie
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen en ontoereikend is gemotiveerd, dan wel onbegrijpelijk is.
Vervolgens kwam twintig à dertig minuten later de Seat Leon weer aangereden met daarachter een scooter. Op de scooter zaten [betrokkene 9] en [betrokkene 6] . Zij waren naar aanleiding van de woordenwisseling gevraagd om te komen. Uit de auto stapten [betrokkene 5] , de verdachte, de broer van verdachte en een persoon met een bril. Door de verdachte en zijn broer werden uit de kofferbak van de auto twee harde voorwerpen, waaronder minstens één honkbalknuppel, gepakt.
Daarna is de groep bestaande uit de verdachte, [betrokkene 5] , de broer van de verdachte, de persoon met de bril, [betrokkene 9] en [betrokkene 6] in de richting van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gelopen. Toen de rest van de groep zich op enige afstand van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bevonden, hebben één of twee personen uit de groep [betrokkene 1] en [betrokkene 2] onverhoeds van achteren aangevallen. Daarna zijn [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ook aangevallen door de rest van de groep. De verdachte heeft daarbij één van hen met een hard voorwerp geslagen.
tweede middelkomt met twee klachten op tegen de strafmotivering.
derde middelwordt geklaagd dat de stukken van het geding niet tijdig, te weten binnen acht maanden na het instellen van beroep in cassatie naar de griffie van de Hoge Raad zijn gezonden, zodat de redelijke termijn is geschonden.