Conclusie
middelbehelst de klacht dat art. 51 Sv Pro in hoger beroep niet is nageleefd, aangezien is verzuimd de raadsman van de verdachte afschriften van de appeldagvaarding en de processtukken en een last tot toevoeging te verstrekken. Volgens de steller van het middel had het hof de zaak niet buiten tegenwoordigheid van de verdediging mogen behandelen en afdoen, omdat niet is onderzocht of de raadsman behoorlijk was opgeroepen voor de terechtzitting in hoger beroep.
(i) Op de terechtzitting in eerste aanleg van 16 juli 2015 zijn de verdachte en zijn raadsman (mr. Van Stratum) verschenen. De politierechter heeft de verdachte bij vonnis van diezelfde datum veroordeeld. [1] (ii) Namens de verdachte heeft mr. Van Stratum op 16 juli 2015 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.
(iii) De dagvaarding van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting van het hof van 6 juli 2016 is op 28 april 2016 in persoon uitgereikt aan de verdachte op diens toenmalige detentie-adres.
(iv) Op de terechtzitting in hoger beroep van 6 juli 2016 is noch de verdachte noch een raadsman verschenen. Het hof heeft kennelijk verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte en de zaak vervolgens inhoudelijk behandeld. [2] (v) Bij arrest van 6 juli 2016 heeft het hof de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Het hof heeft daartoe overwogen dat de verdachte niet een schriftuur met grieven heeft ingediend tegen het vonnis van de politierechter, dat hij evenmin ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en dat het hof ambtshalve geen redenen ziet voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep.
(i) Een afschrift van een brief van 16 juli 2015 van mr. Van Stratum, gericht aan de strafgriffie van het hof Den Haag, onder vermelding van de parketnummers in eerste aanleg van de strafzaak tegen de verdachte (09-077044-15 en 09/819079-13 (TUL)). Deze als stelbrief aan te merken brief houdt in dat mr. Van Stratum ook in hoger beroep als raadsman van de verdachte zal optreden in deze zaak, dat hij verzoekt om de toezending van de relevante processtukken, dat hij graag een last tot toevoeging voor de appelzaak ontvangt en dat hij verzoekt de komende terechtzitting in overleg met de verdediging te appointeren.
(ii) Een “TX rapport” waaruit kan worden afgeleid dat deze brief op 16 juli 2015 om 21:56 uur per fax is verzonden naar het toenmalige [3] faxnummer van de strafgriffie van het hof Den Haag.