ECLI:NL:HR:2009:BI1375
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens schending art. 51 Sv in hoger beroep bij verstek
In deze zaak werd verdachte in hoger beroep bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Verdachte had hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de politierechter, maar was niet verschenen bij de terechtzitting en had geen raadsman die zich formeel had gesteld bij het hof.
Bij de cassatieprocedure werd een brief overgelegd van de advocaat van verdachte waarin hij zich als raadsman stelde, verzonden per fax naar de strafgriffie van het hof. Echter ontbrak een ontvangstbevestiging van deze brief in het dossier van het hof, waardoor het hof kennelijk niet op de hoogte was van de raadsman.
De Hoge Raad oordeelde dat het voorschrift van artikel 51, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat een raadsman zich stelt, niet was nageleefd. Dit voorschrift is van zodanig belang dat niet-naleving leidt tot het nietig verklaren van de behandeling van de zaak buiten aanwezigheid van verdachte en diens raadsman.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting in hoger beroep, waarbij de aanwezigheid van de raadsman in acht moet worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting in hoger beroep met inachtneming van de raadsman.