ECLI:NL:PHR:2017:874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van herbeoordeling en humane tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in het licht van artikel 3 EVRM
Deze zaak betreft de vraag of de oplegging en tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf in Nederland in strijd is met artikel 3 EVRM Pro, dat onmenselijke of vernederende behandeling verbiedt. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en het arrest Vinter van het EHRM, waarin is bepaald dat een levenslange gevangenisstraf niet per definitie onverenigbaar is met artikel 3 EVRM Pro, mits er een reële mogelijkheid tot herbeoordeling bestaat die ook daadwerkelijk kan leiden tot verkorting van de straf of invrijheidstelling.
De Hoge Raad beoordeelt het Nederlandse stelsel, waaronder het Besluit Adviescollege levenslanggestraften, de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden en de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting. Dit stelsel voorziet in een adviescollege dat 25 jaar na aanvang van de detentie een advies uitbrengt over re-integratieactiviteiten en herbeoordeling. De herbeoordeling moet voorzien zijn van voldoende procedurele waarborgen en de veroordeelde moet perspectief hebben op persoonlijke ontwikkeling en terugkeer in de samenleving.
Er is uitgebreide discussie over de termijn van 25 jaar, de criteria voor herbeoordeling, de rol van de rechter en de gratieprocedure. Kritieken van de RSJ, het Forum Levenslang en diverse publicaties worden besproken, evenals relevante EHRM-uitspraak. De Hoge Raad concludeert dat het Nederlandse stelsel, inclusief de gratieprocedure, in zijn huidige vorm voldoet aan de eisen van artikel 3 EVRM Pro, mits de informatievoorziening en motivering adequaat zijn en de veroordeelde zich kan voorbereiden op herbeoordeling.
De zaak benadrukt het belang van transparantie, duidelijke criteria, en een reële mogelijkheid tot herbeoordeling binnen een redelijke termijn. Ook wordt gewezen op het belang van passende resocialisatie en re-integratieactiviteiten en de mogelijkheid tot rechterlijk toezicht op beslissingen in het kader van herbeoordeling en gratie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het Nederlandse stelsel voor herbeoordeling van levenslange gevangenisstraffen voldoet aan artikel 3 EVRM en wijst het cassatieberoep af.