Conclusie
1.Feiten en procesverloop
clozapine [4] . De behandelaar heeft ter zitting verklaard dat zij de verzochte voorwaardelijke machtiging nodig acht: zonder machtiging zal betrokkene direct stoppen met het gebruik van de medicatie. Verschillende geneesmiddelen zijn geprobeerd; sinds betrokkene
clozapinegebruikt is volgens de behandelaar een duidelijk verschil te zien. Er is lang gewerkt aan het vinden van de goede dosering, i.v.m. bijwerkingen. Betrokkene woont nu tijdelijk bij zijn ouders in, maar die situatie kan niet blijven voortduren.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
tweedelid van art. 14a Wet Bopz is voldaan, maar ten onrechte niet in haar beschikking heeft vastgesteld dat (ook) aan de vereisten in het
vijfdelid is voldaan. Volgens de klacht bevat het overgelegde behandelingsplan geen passage waaruit blijkt dat het overleg tussen behandelaar en patiënt tot overeenstemming heeft geleid of, indien zulks niet het geval is, op welke grond de behandelaar tot het oordeel is gekomen dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat de betrokkene de te stellen voorwaarden zal naleven. Volgens betrokkene is er geen overeenstemming bereikt over de te stellen voorwaarden.
uitdrukkelijkeinstemming van de betrokkene niet noodzakelijk is, blijkt ook uit de behandeling in de Eerste Kamer: