ECLI:NL:HR:2009:BG5048
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke machtiging en eisen aan het behandelingsplan bij Wet Bopz
De zaak betreft een verzoek tot verlening van een voorwaardelijke machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De rechtbank verleende de machtiging onder voorwaarden, gebaseerd op een behandelingsplan dat niet volledig voldeed aan de wettelijke eisen omdat het niet duidelijk maakte of betrokkene akkoord was met de voorwaarden.
Betrokkene stelde in cassatie dat het behandelingsplan niet voldeed aan artikel 14a lid 5 Wet Bopz, omdat het niet aantoonde dat er overeenstemming was bereikt over de voorwaarden, noch waarom redelijkerwijs mocht worden aangenomen dat betrokkene deze zou naleven. Daarnaast voerde hij aan dat het ontbreken van een verklaring van de behandelaar bij de zitting niet kon worden gecompenseerd door andere verklaringen.
De Hoge Raad verwierp deze middelen. Hij stelde dat het uiteindelijk aan de rechter is om te beoordelen of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat betrokkene de voorwaarden zal naleven. De rechter mag daarbij zelfstandig onderzoek doen en alle relevante gegevens betrekken, ook verklaringen van anderen dan de behandelaar die het plan opstelde, mits het beginsel van hoor en wederhoor wordt gerespecteerd.
De rechtbank had vastgesteld dat betrokkene ondanks zijn protesten toch meewerkte aan de behandeling en de voorwaarden naleefde, zodat het redelijk was aan te nemen dat hij dit ook in de toekomst zou doen. De Hoge Raad vond deze motivering voldoende en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de rechter zelfstandig mag beoordelen of betrokkene de voorwaarden van de voorwaardelijke machtiging zal naleven.