Conclusie
middelwordt erover geklaagd dat het bewezenverklaarde zowel wat betreft het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen als het medeplegen daarvan niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
Standpunt advocaat-generaal
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 7,88 kilogram hennep in de kofferbak van een auto waarin hij als bijrijder zat. Het hof baseerde zijn oordeel op de sterke hennepgeur in de auto en het feit dat de verdachte zich niet had gedistantieerd van de situatie.
De advocaat-generaal stelde in zijn conclusie dat het bewijs onvoldoende was om het opzettelijk aanwezig hebben van de hennep door de verdachte aan te tonen, evenals de vereiste nauwe en bewuste samenwerking voor medeplegen. Hij adviseerde daarom het arrest te vernietigen en de zaak terug te verwijzen naar het hof Amsterdam.
De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had vastgesteld dat de hennep zich in de machtssfeer van de verdachte bevond en dat het enkel bewust zijn van de hennepgeur en het niet distantiëren onvoldoende is om opzet en medeplegen te bewijzen. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen en opzettelijk aanwezig hebben van hennep door verdachte.