Conclusie
De rechterhoudt voor:
De raadsman merkt op:
De raadsman merkt op:
De officier van justitie deelt mee:
De raadsman merkt op:
De officier van justitie merkt op:
De rechter merkt op:
De raadsman merkt op:
Beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een klaagschrift van een advocatenkantoor dat zich beroept op het verschoningsrecht ten aanzien van administratieve stukken en digitale gegevens die bij doorzoekingen en inbeslagnemingen zijn meegenomen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het klaagschrift ongegrond en oordeelde dat geen geheimhouderstukken waren aangetroffen en dat de officier van justitie zorgvuldig had gehandeld.
De A-G stelt dat op grond van artikel 98 Sv Pro eerst de rechter-commissaris moet beslissen over het beroep op het verschoningsrecht bij inbeslagneming van stukken en gegevens, ook bij digitale gegevens volgens artikel 125i Sv. De rechtbank had de behandeling van het klaagschrift moeten aanhouden en de stukken aan de rechter-commissaris moeten voorleggen.
De A-G benadrukt dat het niet uitmaakt of de gegevens bij de verschoningsgerechtigde zelf of bij een derde zijn aangetroffen; bij een beroep op het verschoningsrecht moet de rechter-commissaris worden betrokken. De procedure die met andere advocaten is gevolgd voldoet niet aan de eisen en kan niet gelden voor de klaagster die niet bij die afspraken betrokken was.
De conclusie luidt dat het middel slaagt en dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd, waarna de Hoge Raad zal beslissen over terugwijzing of verwijzing. De A-G verwijst naar relevante jurisprudentie die het belang van de rechter-commissaris bij de beoordeling van het verschoningsrecht onderstreept.
Uitkomst: De A-G adviseert vernietiging van de beschikking omdat de rechtbank het klaagschrift ten onrechte niet heeft aangehouden en de stukken niet aan de rechter-commissaris heeft voorgelegd.