Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
(…)
(…)
Wij hebben er bezwaar tegen dat [betrokkene 1] niet aanwezig is bij de behandeling van het onderhavig klaagschrift, omdat hij de bestuurder is van meerdere vennootschappen van bovengenoemde klagers.’’
2) Door de raadkamer worden het openbaar ministerie, de verdachte en andere procesdeelnemers gehoord, althans hiertoe opgeroepen, tenzij anders is voorgeschreven. Artikel 22, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3) De verdachte en andere procesdeelnemers kunnen zich bij de behandeling door de raadkamer door een raadsman of advocaat doen bijstaan.
4) Indien de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de bijstand van een tolk ingeroepen. Het openbaar ministerie roept de tolk op. Artikel 276, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5) Het openbaar ministerie legt aan de raadkamer de op de zaak betrekking hebbende stukken over. De verdachte en andere procesdeelnemers zijn, evenals hun raadsman of advocaat, bevoegd van de inhoud van deze stukken kennis te nemen.
6) Het tweede tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing, voor zover het belang van het onderzoek hierdoor ernstig wordt geschaad.’’
3.Bespreking van het tweede tot en met het vierde middel (verschoningsrecht)
4.Het procesverloop
(…)
Met betrekking tot het verschoningsrecht, wat de kern van deze zaak betreft, merk ik het volgende op. Het komt erop neer dat het zowel bij het OM als bij de klagers in elk geval volkomen helder is dat zich geheimhoudersstukken onder het beslag bevinden, wat er uitgefilterd zou moeten worden. Volgens de verdediging ligt hier een glasheldere procedure ex artikel 98 Sv Pro. Deze procedure zou, aldus de officier van justitie, niet gevoerd hoeven worden. De FIOD wringt zich in allerlei bochten om maar niet het systeem van het verschoningsrecht te doorlopen. Wij hebben expliciet gevraagd om een toelichting van het OM op de wijze waarop precies deze gegevens zijn geschoond. Dat valt in twee delen uiteen: de zoektermenlijst en meer bijzonder hoe dat precies is gelopen. Het OM is wel bereid aan te geven welke twee namen zij hebben gehad, namelijk [betrokkene 2] (van [A] ) en [C] .
Aan de pleitaantekeningen is als bijlage 9 een e-mail toegevoegd van [betrokkene 1] aan notaris [betrokkene 2] over juridische zaken en e-mails. Dit is een heel concreet stuk; het is verkeer tussen een notaris/een verschoningsgerechtigde en zijn cliënt. Het is dus glashelder waar het hierom gaat. Het is precies deze notaris. Ook al wordt er gezegd dat het hier gaat om een kantoor, dan durf ik te zeggen dat ik [betrokkene 2] heb gesproken en dat hij zich op zijn verschoningsrecht wil beroepen, voor wat betreft dit concrete stuk. Het formele probleem dat sprake zou zijn van een kantoor, is daarmee uit de wereld. Daar komt bij dat dit bij uitstek iets is wat bij de rechtercommissaris besproken moet worden; de rechter-commissaris dient te beoordelen of deze stukken onder het verschoningsrecht vallen of niet.
In bijlage 8 van de pleitaantekeningen is een lijst toegevoegd met in totaal 9.804 hits afkomstig van dhr. [betrokkene 2] en zijn kantoor [A] die er niet in zouden moeten zitten, maar wat wel het geval is. Wie zegt mij, en in het bijzonder de heer [betrokkene 2] , dat wat de FIOD doet ervoor gaat zorgen dat er zich geen verschoningsgerechtigd materiaal van [betrokkene 2] bij de stukken bevindt wat naar Frankrijk zal worden gestuurd? Wij waarderen het werk van het OM, maar het is niet aan de FIOD om te beoordelen of zich verschoningsgerechtigd materiaal bij de stukken bevindt. Dat past overigens ook niet in de beroepsuitoefening van [betrokkene 2] ; hij wil zelf nagaan welke stukken van hem onder het verschoningsrecht vallen en welke niet. Mocht hier discussie over ontstaan, dan kan de rechtercommissaris hierover oordelen. Dat behoeft de FIOD in elk geval niet zelf te beslissen. Het komt er dus op neer dat niet alleen [A], maar dat ook [betrokkene 2] zelf zich op zijn verschoningsrecht wil beroepen met betrekking tot de inbeslagname van verschoningsgerechtigde stukken. Ik denk dat ik niet veel meer kan doen dan wat wij gedaan hebben, namelijk het schrijven van een brief namens de verschoningsgerechtigden en daarbij uitdrukkelijk kenbaar gemaakt dat zij zich op hun verschoningsrecht willen beroepen. Het punt is wat ons betreft geen vertraging. Het gaat ons erom dat opsporingsinstanties geen kennis nemen van verschoningsgerechtigd materiaal en dat dat op de juiste procedurele wijze wordt beoordeeld.
Ik heb [betrokkene 2] pas vorige week vrijdag (10 mei 2019) aan de telefoon gehad en hem op de hoogte gebracht van dit alles. Hij deelde mij toen mede dat hij zich op zijn verschoningsrecht wilde beroepen, waarbij hij aangaf dat hij niet wil dat het inbeslaggenomen materiaal ongezien naar Frankrijk wordt gestuurd. (…) Als er dus een klacht zou zijn aan de zijde van het OM dat door de verschoningsgerechtigde onvoldoende voortvarend is gehandeld, is dat niet zo. Zeker bezien vanuit het perspectief van [betrokkene 2] . Hij heeft namelijk op het moment dat hij kennis had genomen van het feit dat zich onder het beslag mogelijk verschoningsgerechtigd materiaal zou bevinden, tot het OM gewend en aangegeven dat hij geheimhouder is en niet wil dat er stukken worden ingezien. Als u ongeveer 257.000 e-mailberichten krijgt op een maandagmiddag, dan geef ik het uw rechtbank te doen om in één week tijd met een lijst te komen die onder het verschoningsrecht zouden vallen. Hier is hard aan gewerkt. Dat vindt u ook terug in bijlage 8 van de pleitaantekeningen. Het is daarom niet gek dat deze kantoren niet binnen twee weken een complete lijst kunnen aanvoeren. Het is gewoon zo dat men heeft aangestuurd op het volgen van de wettelijke procedure die ziet op het verschoningsrecht.
Wij hebben van het OM geen reactie meer ontvangen op de brief die wij hadden verstuurd. Dat het OM zich dan vandaag ter zitting op het standpunt stelt dat de klagers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun beklag, vind ik vrij ongepast. Wij hadden vorige week ook al meteen namens de verschoningsgerechtigden een klaagschrift kunnen indienen. Als het OM zegt dat dat alsnog nodig is, dan kunnen wij dat alsnog doen. Wat ons betreft is dat echter allemaal niet nodig, indien uw rechtbank de zaak verwijst naar de rechtercommissaris. De reden dat [betrokkene 2] geen klaagschrift heeft ingediend, heeft er mee te maken dat wij de reactie van het OM wilden afwachten. Dit voor wat betreft de brief.
Het gaat klagers hier niet om puur vertragen, maar om een zorgvuldig proces te creëren, waarbij gewaarborgd wordt dat geen verschoningsgerechtigd materiaal naar Frankrijk gaat en dat opsporingsinstanties daar geen inzage in hebben. Die procedure behoeft wat ons betreft geen jaar te duren. Kennelijk verzet het OM zich er tegen dat gemachtigden van individuele verschoningsgerechtigden zich bij de rechter-commissaris voegen om daar door het materiaal heen te gaan en te kijken naar hoe dat precies zou moeten met het verschoningsrecht. Overigens bevreemdt het mij, dat als het OM het nu zo vervelend vindt dat het allemaal zo lang duurt, zij een formele hobbel opwerpt en dat een bepaalde splitsing wordt gemaakt en dat bekeken kan worden wie zich meldt. Het e-mailbericht dat betrekking heeft op ‘ [C] ’ betreft iemand uit Hongkong. Het lijkt mij niet handig om die over te laten vliegen. Dit proces kan praktischer worden ingekleed, maar dan moet het OM dat wel willen.
De officier van justitie reageert, zakelijk weergegeven:
De verdediging had er ook voor kunnen kiezen om naar het kantoor van de FIOD te komen om een en ander in te zien. De heer [betrokkene 2] heeft zich niet bij mij gemeld Ik heb hem niet gesproken. Voor wat betreft de hits weet ik nog steeds niet of het daadwerkelijk gaat om verschoningsgerechtigde. (…)
De e-mails/brieven die betrekking hebben op notarissen gaan er gewoon uit. Deze stukken zullen ook niet aan de Franse autoriteiten worden verstrekt, omdat zij onder het verschoningsrecht vallen.
Mr. De Bruijn:
De voorzitter geeft aan dat zij heeft begrepen dat geen enkel stuk van [betrokkene 2] aan de Franse autoriteiten zal worden verstrekt. De officier van justitie bevestigt dit.
Het betreft een subtielere exercitie. [betrokkene 2] wil zelf kunnen zien en vaststellen dat zich geen stukken van geheimhouding bij het beslag bevinden. Nu moet uw raadkamer bouwen op een toezegging van de officier van justitie, zonder dat de verschoningsgerechtigde hier überhaupt zelf iets over heeft kunnen zeggen.’’
5.Het oordeel van de rechtbank
Het standpunt van de klagers
legal advisors who are likely to be able to invoke their legal privilege’.
De ontvankelijkheid van klagers
‘privileged’, ‘Notar/Notaris/Notaire/Notary’, ‘
Advocaat/ Lawyer/Antwalt/Advocat’en de namen (in allerlei varianten) van grote Nederlandse en internationale advocatenkantoren – en de hits daarop, zoals klagers thans hebben gedaan.
Het voorgaande geldt niet voor notaris [betrokkene 2] van [A] (hierna: ‘ [betrokkene 2] ’). Ter zitting is gebleken dat zich onder het (geschoonde) beslag mogelijk nog verschoningsgerechtigd materiaal van [betrokkene 2] bevindt, bestaande uit grote aantallen e-mails en andere stukken die tussen klagers en [betrokkene 2] is uitgewisseld. Een aantal van deze e-mails is ter onderbouwing aan de pleitnotitie gehecht. Namens [betrokkene 2] is uitdrukkelijk bij het openbaar ministerie aangegeven dat hij zich waar mogelijk op zijn verschoningsrecht beroept, zodat klagers voor dit deel wel kunnen worden ontvangen in hun beklag.
De inhoudelijke beoordeling
Is sprake van een weigeringsgrond met betrekking tot de overige inbeslaggenomen stukken?Voor wat betreft de overige inbeslaggenomen stukken is de rechtbank van oordeel dat het beklag ongegrond moet worden verklaard. De in artikel 5.4.4. Sv genoemde weigeringsgronden doen zich immers in het onderhavige geval niet voor.
(…)
Beslissing
6.Wat aan de orde komt in het tweede tot en met het vierde middel
7.Het juridische kader met betrekking tot het tweede, derde en vierde middel
2. De rechter-commissaris stelt de door hem ter uitvoering van het bevel vergaarde voorwerpen, stukken en gegevens zo spoedig mogelijk ter beschikking aan de officier van justitie.”
3. In afwijking van het eerste lid, kan indien de uitvaardigende autoriteit voldoende heeft gemotiveerd dat een onmiddellijke overdracht essentieel is voor het goede verloop van het onderzoek of voor de bescherming van de individuele rechten, aan de uitvaardigende autoriteit bewijsmateriaal vergaard ter uitvoering van het bevel voorlopig ter beschikking worden gesteld, indien en voor zover dit geen ernstige en onomkeerbare schade toebrengt aan de belangen van de belanghebbende. De voorlopige terbeschikkingstelling vindt plaats onder de voorwaarden dat het Nederlandse recht onverkort blijft gelden ten aanzien van de overhandigde resultaten en dat het gebruik daarvan als bewijsmiddel pas mogelijk is nadat deze definitief ter beschikking worden gesteld.
4. (…)”
2. Indien de officier van justitie redenen heeft om aan te nemen dat een inbeslaggenomen voorwerp niet uitsluitend aan de beslagene toebehoort of gevorderde of vastgelegde gegevens in overwegende mate betrekking hebben op een andere persoon dan bij wie deze zijn gevorderd, doet hij de nodige naspeuringen naar deze directe belanghebbende in Nederland teneinde hem een kennisgeving bedoeld in het eerste lid te doen toekomen.
3. De artikelen 552a, eerste tot en met zesde lid, 552d, eerste en tweede lid [23] , en 552e, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter geen onderzoek doet naar de gronden voor het uitvaardigen van het bevel, waarvan de uitvoering heeft geleid tot indiening van het klaagschrift.
4. De rechtbank beslist binnen dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift. Indien beroep in cassatie wordt ingesteld, beslist de Hoge Raad binnen negentig dagen na indiening van de schriftuur. Artikel 447 is Pro van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn voor indiening van middelen van cassatie veertien dagen bedraagt.
5. Indien een klaagschrift is ingediend, stelt de officier van justitie de uitvaardigende autoriteit daarvan onverwijld in kennis, onder vermelding van de gronden van het klaagschrift. De uitvaardigende autoriteiten worden op dezelfde wijze van de beslissing op het klaagschrift in kennis gesteld.”
de klachten met betrekking tot het verschoningsrechtbetreft. Dat is dus iets anders dan de niet-ontvankelijkverklaring voor zover het klaagschrift betrekking heeft op de voorwerpen als zodanig.
de klachten met betrekking tot het verschoningsrechtbetreft (en dus niet zozeer met betrekking tot de voorwerpen als zodanig). In deze gevallen geldt dat, zodra vaststaat dat een beroep op het verschoningsrecht niet is gedaan of niet opgaat, van de desbetreffende brieven of andere stukken of gegevens kan worden kennisgenomen.
andere klachtenheeft opgeworpen tegen de inbeslagneming dan die het verschoningsrecht betreffen, zal over de gegrondheid daarvan nog moeten worden beslist in de beklagprocedure van de beslagene. [32]
8.Beoordeling van het tweede middel
voorwerpen of stukkenniet-ontvankelijk kan worden verklaard, maar ook met betrekking tot (een deel van)
bepaalde klachtenten aanzien van een(zelfde) voorwerp. Zoals uit het hierboven weergegeven juridische kader blijkt, speelt dat met name wanneer een beslagene een beroep doet op het verschoningsrecht van een ander met betrekking tot een bepaald voorwerp en deze beslagene ook nog andere klachten met betrekking tot datzelfde voorwerp aanvoert (bijv. ten aanzien van de rechtmatigheid van het beslag of het belang van strafvordering). [33]
klachtenmet betrekking tot het verschoningsrecht (met uitzondering van die betreffende notaris [betrokkene 2] ) niet-ontvankelijk te verklaren of verklaart de rechtbank het gehele beklag met betrekking tot
de voorwerpenten aanzien waarvan deze (verschoningsrecht)klachten zijn aangevoerd, niet-ontvankelijk?
klachtenover het verschoningsrecht niet-ontvankelijk verklaart, met uitzondering van de klachten die zien op het verschoningsrecht van notaris [betrokkene 2] . Aangezien namens de klaagsters ook andere klachten zijn aangevoerd met betrekking tot het (gehele) beslag, heeft de rechtbank kennelijk en terecht ook de andere klachten beoordeeld en vervolgens ongegrond verklaard. Zo bezien is er van tegenstrijdigheid of het niet beslissen op bepaalde klachten geen sprake. De rechtbank heeft bijvoorbeeld de rechtmatigheid van het beslag van ‘’de hele administratie’’ beoordeeld en daarnaast vastgesteld dat er geen sprake is van een weigeringsgrond met betrekking tot “de overige inbeslaggenomen stukken’’. Die oordelen zien op het gehele beslag met uitzondering van het verschoningsgerechtigd materiaal van notaris [betrokkene 2] . Ik meen dan ook dat kan worden aangenomen dat de in het dictum opgenomen niet-ontvankelijkverklaring alleen betrekking heeft op de klachten over het verschoningsrecht (met uitzondering van de klachten die betrekking hebben op notaris [betrokkene 2] ). De overige klachten, die niet zien op het verschoningsrecht, zijn zo gelezen terecht ontvankelijk en vervolgens ongegrond verklaard. Dat laatste oordeel wordt in cassatie overigens niet bestreden.
9.Beoordeling van het derde middel
(…)
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat klagers, voor zover het beklag betrekking heeft op mogelijk verschoningsgerechtigd materiaal, niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun beklag, omdat niet duidelijk is dat sprake is van stukken die vallen onder verschoningsgerechtigden die ook daadwerkelijk een beroep doen op hun verschoningsrecht.’’
hitsopleveren in de inbeslaggenomen elektronische gegevens, 4) de klaagsters een lijst hebben aangeleverd aan het openbaar ministerie van ‘’legal advisors who are likely to be able to invoke their legal privilige’’, waarop onder meer [C] en drie natuurlijke personen stonden vermeld en 5) zich geprivilegieerde e-mailcorrespondentie in dit digitale beslag bevindt van onder meer advocaten van [C] en [D] – twee kantoren op de door de klaagsters overgelegde lijst met geheimhouders.
kanberoepen. [43] Bij een omvangrijk (digitaal) beslag hoeven door de klager echter niet alle stukken en geheimhouders concreet te worden aangewezen.