Conclusie
niet verschenen
1.Feiten
Indien een werknemer binnen een bedrijf een functie aanvaardt waaraan een lager loon is verbonden, kan het loon in vier termijnen van zes maanden met gelijke bedragen worden aangepast, zodat de werknemer na twee jaar het loon ontvangt dat behoort bij de nieuwe functie”.
Uitgangspunt is dat zij beloond worden met het maximale bedrag in de juiste schaal. Hierbij zal het verschil tussen de huidige beloning en de nieuwe beloning volgens een ruime afbouwregeling worden verrekend. Hiervoor trekken wij een periode van 2 jaar uit. Hierbij zal de beloning iedere maand met een vast gedeelte gereduceerd worden. Dit gaat in op 1 juli 2013. Er wordt een marge ingesteld van 200 euro. Dit betekent dat het gedeelte van het salaris dat boven het hoogste bedrag in de betreffende salarisgroep uitkomt wordt bevroren met een maximum van 200 euro. Dit betekent dat het salaris niet meer stijgt totdat het weer in de pas loopt met de salarisschaal.”
Jouw huidige salaris bedraagt € 3.464,67 bruto per maand. Binnen het nieuwe loongebouw krijg jij de functie van Gespecialiseerd productiemedewerker D (zie bijlage). De maximale beloning voor deze functie bedraagt € 2.381,99. Dit betekent dat jouw huidige salaris € 1.071,67 hoger ligt dan jouw nieuwe salaris. Hiervan wordt een bedrag van € 200,00 bevroren. Het bedrag dat hierboven ligt, wordt over een periode van 2 jaar afgebouwd. Dit betekent dat jouw basissalaris € 2.381,99 bedraagt en dat jij een persoonlijke toeslag ontvangt van 200 euro en dat de resterende € 871,67 euro wordt afgebouwd. Het salaris gaat steeds mee met de verhogingen volgens de CAO en jouw persoonlijke toeslag wordt dan afgebouwd met eenzelfde bedrag tot het moment dat de toeslag volledig is afgebouwd.”
2.Procesverloop
omdat niet is komen vast te staan dat [eiser] een functie heeft aanvaard met een daaraan verbonden lager loon” (rov. 5.3). Niet is gesteld of gebleken dat Bogra voorafgaand aan de brief van 15 mei 2013, waartegen [eiser] bij brief van 15 juli 2013 uitdrukkelijk heeft geprotesteerd, concreet heeft gecommuniceerd welke functie hij ten gevolge van de reorganisatie is gaan vervullen en welk loon daaraan verbonden zou zijn. Zelfs als zou worden aangenomen dat [eiser] feitelijk andere werkzaamheden is gaan verrichten zonder zich daartegen te verzetten – hetgeen Bogra stelt en [eiser] betwist – is dit onvoldoende om aan te nemen dat [eiser] een andere functie met een daaraan verbonden lager loon heeft aanvaard in de zin van artikel 18 lid 5 van Pro de CAO, zo overweegt de kantonrechter (rov 5.3). Voorts heeft de kantonrechter overwogen dat noch de CAO noch de individuele arbeidsovereenkomst een eenzijdig wijzigingsbeding bevatten in de zin van art. 7:613 BW Pro (rov. 5.4). Ten slotte is de kantonrechter van oordeel dat het voorstel van Bogra niet voldoet aan de criteria van het arrest
[B] /Mammoet, omdat Bogra als goed werkgever geen aanleiding heeft kunnen zien tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden. [eiser] verrichte al jaren voor de reorganisatie in 2012 andere werkzaamheden dan die van chef assemblage en Bogra heeft niet gesteld dat [eiser] vanwege slecht functioneren een andere functie is gaan verrichten. Evenmin heeft Bogra de gestelde slechte bedrijfseconomische situatie met stukken onderbouwd en geconcretiseerd wat de financiële gevolgen zijn bij ongewijzigde voortzetting van de bestaande afspraken (stap 1) (rov. 5.5-5.11). Daarmee wordt niet toegekomen aan toetsing aan stap 2 en 3 uit het arrest (rov. 5.11). [eiser] heeft derhalve onveranderd recht op zijn salaris zoals vastgesteld en uitbetaald tot 1 juli 2013 (rov. 5.12).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
[A] /CZ: [11]
Halliburtondat - in de omstandigheden van dat geval - uit het feit dat de werknemer niet heeft gereageerd op een voorstel tot wijziging van arbeidsvoorwaarden van de werkgever, niet kan worden afgeleid dat de werknemer heeft ingestemd met het voorstel. [13] De eis van ‘welbewuste instemming’ gaat echter ook weer niet zover dat
altijd‘ondubbelzinnige instemming’ met een voorstel tot wijziging van arbeidsvoorwaarden is vereist, zo overweegt het hof in rov. 3.7 van het arrest
[A] /CZ.
welbewust instemmen’het uitgangspunt is bij toetsing van de vraag of een voor een werknemer nadelige wijziging tot stand is gekomen. [14] Deze norm kan worden verhoogd tot ‘
ondubbelzinnig instemmen’wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld omdat de werknemer niet goed is geïnformeerd over de beoogde wijziging en implicaties daarvan. [15] Zo kan de werkgever gehouden zijn om duidelijk te maken wat de gevolgen van de wijziging voor het pensioen van de werknemer zijn. [16] Bij het al dan niet aannemen van instemming van de werknemer met het werkgeversvoorstel kan verder van belang zijn op welke wijze het wijzigingsvoorstel aan de werknemer bekend is gemaakt: is de wijziging simpelweg opgelegd of is er ruimte geweest voor een dialoog? [17] Ook kan relevant zijn of voldoende inzicht is verschaft in de beweegredenen voor de wijziging. [18]
tweede geval– indien is voldaan aan de in de rechtspraak ontwikkelde en op art. 7:611 BW Pro gebaseerde ‘dubbele redelijkheidstoets.’ Deze dubbele redelijkheidstoets houdt in dat een werknemer op redelijke voorstellen van de werkgever, voor zover deze verband houden met gewijzigde omstandigheden op het werk, in het algemeen positief behoort in te gaan en dergelijke voorstellen alleen mag afwijzen wanneer aanvaarding onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd. In het arrest
[B] /Mammoetheeft de Hoge Raad, voor zover hier van belang, hierover het volgende overwogen: [21]
[B] /Mammoet, en geoordeeld dat reeds de eerste stap niet wordt gehaald: Bogra heeft als goed werkgever geen aanleiding kunnen zien tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden.
[B] /Mammoetis het hof derhalve niet toegekomen.
een functie waaraan een lager loon is verbonden’. En dus niet: ‘aanvaarding van een functie’ én ‘aanvaarding van een lager loon’.
weetwat zijn gewijzigde functie gaat inhouden en (b) een werknemer
weetwelk loon aan die gewijzigde functie verbonden is. Deze overwegingen zijn terecht: zij sluiten immers aan bij het uitgangspunt dat welbewuste instemming van de werknemer met een wijzigingsvoorstel is vereist (zie onder 3.3-3.4).
nietbetoogd dat artikel 18 lid 5 CAO Pro zou vereisen dat hij afzonderlijk heeft ingestemd met het lagere loon van de gewijzigde functie [23] – is het beginpunt van de redenering van het hof, dat het in deze zaak gaat om de uitleg van artikel 18 lid 5 CAO Pro en dat partijen een verschillende uitleg geven aan deze bepaling (rov. 3.4), nogal verwarrend.
- i) [eiser] betwist niet dat hij sedert 2013 andere werkzaamheden vervult dan die van chef assemblage, namelijk die van de functie van gespecialiseerd productiemedewerker;
- ii) derhalve is sprake van een gewijzigde functie;
- iii) door het gaan vervullen van deze gewijzigde functie sedert 2013 heeft [eiser] de functie geaccepteerd;
- iv) aldus is artikel 18 lid 5 CAO Pro van toepassing.
Onderdeel II(en de klacht onder I.5) is gericht tegen de onder (iii) genoemde overweging.
Onderdeel IIIis een voortbouwende klacht.
op enig momentandere werkzaamheden is gaan verrichten dan die van chef assemblage. [30] Uit de stelling onder (i), gelezen in samenhang met de daaraan voorafgaande stelling in de inleidende dagvaarding onder 12, blijkt dat [eiser] van mening is dat hij reeds vóór de reorganisatie niet meer de tot het takenpakket van chef assemblage horende werkzaamheden verrichtte. De stellingen onder (ii), (iii) en (iv) komen er in essentie op neer dat de reden voor deze verandering volgens [eiser] niet gelegen was in de door Bogra doorgevoerde reorganisatie, maar in andere omstandigheden. Ook met deze stellingen betwist [eiser] derhalve in de kern níet dat sprake is geweest van een gewijzigd takenpakket; zijn stellingen houden slechts in dat dat gewijzigde takenpakket niet het gevolg was van de reorganisatie. Ten slotte komt stelling (v) erop neer dat een deel van de werkzaamheden van [eiser] onveranderd is gebleven. Daarmee wordt in feite erkend dat een ander deel van de werkzaamheden wél is gewijzigd.
Het voorgaande betekent dat [eiser] in essentie niet heeft betwist dat een deel van zijn werkzaamheden in de loop der tijd is gewijzigd, en (voor dat deel) niet meer passen bij de werkzaamheden van chef assemblage. Daarmee is ’s hofs oordeel dat [eiser] niet heeft betwist dat zijn functie is gewijzigd, niet onbegrijpelijk. Het hof heeft kennelijk – en niet onbegrijpelijk – geen doorslaggevend belang toegekend aan het moment en de reden voor de wijziging van de werkzaamheden.
dat hij de gewijzigde functie waaraan een lager loon is verbonden heeft aanvaard. Met zijn protest heeft [eiser] immers verklaard aan de werkgever dat hij de gewijzigde functie met een lager loon juist níet aanvaardt.
daarmeede gewijzigde functie waaraan een lager loon is verbonden heeft aanvaard, berust dit op een onjuiste rechtsopvatting. Dit is niet te verenigen met het arrest
[A] /CZ, [31] waarin is geoordeeld dat sprake moet zijn van welbewuste instemming van de werknemer met een wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden (zie onder 3.3-3.4). Het onder protest uitvoeren van werkzaamheden laat zich immers niet kwalificeren als ‘welbewuste instemming’.
in een concreet geval leidt. Wij zouden in dat verband tot uitgangspunt willen nemen dat voor de vraag of in een individueel geval en zonder wijzigingsbeding een werknemer zich moet neerleggen bij een voorstel van de werkgever tot wijziging, een zwaardere toets dient te gelden dan die van art. 613.In geval van twijfel kan een praktische benadering zijn dat de werknemer het aanbod van de werkgever onder protest aanvaardt en zich de bevoegdheid voorbehoudt een oordeel van de rechter te vragen. Hoewel de benadering van de Hoge Raad zulks niet uitsluit, past de rechter ons inziens grote terughoudendheid als het gaat om aanpassing in de primaire arbeidsvoorwaarden, zoals de hoogte van het loon.”
praktisch: het is ook de enige
redelijkebenadering. Het is de werkgéver die een wijziging van de arbeidsvoorwaarden nastreeft; het ligt dan ook op zijn weg om hetzij de welbewuste instemming van de werknemer te verkrijgen, hetzij te komen tot een rechtens aanvaardbare eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden (zie onder 3.7 e.v.). Hiermee is niet te verenigen dat de werknemer gedwongen zou zijn om zijn loon of baan op het spel te zetten, om de werkgever duidelijk te maken dat hij niet instemt met de voorgestelde wijziging.
daarmeeook heeft geaccepteerd (in de zin van artikel 18 lid 5 CAO Pro).
De onderdelen I en/of II slagen ook voor zover zij een rechtsklacht met deze strekking behelzen.