Conclusie
2.A.
eerste middelklaagt dat het hof de grondslag van de tenlastelegging, voor zover inhoudende feit 1B heeft verlaten. Tenlastegelegd is dat verdachte heeft gehandeld in henneptoppen of delen daarvan. Dat heeft verdachte ontkend en vervolgens heeft het hof bewezenverklaard dat verdachte heeft gehandeld in hennep. Door van het tenlastegelegde 'henneptoppen' alleen bewezen te verklaren 'hennep' heeft het hof de grondslag van de tenlastelegging verlaten.
tweede middelklaagt over het bewijs van feit 1B. Dat zou niet aan de gebezigde bewijsmiddelen te ontlenen zijn. In ieder geval kan uit het dossier niet volgen dat er is gehandeld in hoeveelheden hennep van meer dan 500 gram.
derde middelheeft betrekking op dagvaarding I, feit 2A. Het klaagt dat de bewezenverklaring van dit feit op gespannen voet staat met de kwalificatie. Het feit is gekwalificeerd als het plegen van gewoontewitwassen, maar de bewezenverklaring maakt melding van verdachte en zijn mededaders.
vierde middelklaagt over de tenlastelegging van feit 2A. De tenlastelegging lijkt op twee gedachten te hinken. Enerzijds vertoont zij kenmerken van (gewoonte)witwassen, maar anderzijds verwijst de tenlastelegging naar heling doordat de tenlastelegging de zinsnede bevat "terwijl hij, verdachte, en die anderen telkens ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze voorwerpen wisten dat het – onmiddellijk of middellijk – van misdrijf afkomstige voorwerpen betroffen". De steller van het middel vermoedt dat de bedoeling van de tenlastelegging is geweest om gewoontewitwassen uit te drukken maar dat het helingsbestanddeel (“ten tijde van”) onverplicht is tenlastegelegd. Nu het hof deze onduidelijkheid in de bewezenverklaring heeft overgenomen is de bewezenverklaring volgens het middel ontoereikend gemotiveerd.
enigmisdrijf afkomstig zijn.
vijfde middelklaagt dat de dagvaarding partieel nietig is voor zover het betreft de tenlastelegging van feit 2A omdat in het dossier sprake is van twee horloges van het merk Audemars Piquet en de tenlastelegging niet duidelijk maakt om welk van de twee het gaat.
zesde middelklaagt over de veroordeling voor feit 2A. Het hof zou het toetsingskader dat de Hoge Raad heeft aangegeven voor de beoordeling of er sprake is van witwassen hebben miskend, omdat verdachte heeft betoogd dat hij legale inkomsten had uit de handel in allerlei goederen, van welke handel blijkt uit talloze afgeluisterde telefoongesprekken. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat deze verklaring niet onderbouwd is met administratieve gegevens, omdat die eis te streng is.
zevende middelklaagt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden. Het cassatieberoep is ingesteld op 21 februari 2017 en het dossier is pas op 3 november 2017 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen.