ECLI:NL:PHR:2018:1352
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatie in zaak medeplegen kraken en openlijke geweldpleging
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van kraken en openlijke geweldpleging op 9 september 2015 te ’s-Gravenhage. Het hof legde een gevangenisstraf van veertien dagen met aftrek en een geheel voorwaardelijke geldboete van €500 op met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte stelde zeven middelen van cassatie voor, waarin onder meer werd geklaagd over de uitleg van het delict kraken, de wederrechtelijkheid van het verblijf in het pand, de bewijswaardering en het niet horen van getuigen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten geen nieuwe feiten mogen inbrengen en dat de bewezenverklaring en motivering van het hof niet onbegrijpelijk zijn.
De Hoge Raad verwierp de klachten en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en is de strafoplegging definitief.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.