Conclusie
middelklaagt over de beslissing tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering van de opgeëiste persoon, dan wel de verwerping van een verweer dat sprake is van een (dreigende) schending van artikel 6 EVRM Pro, omdat er sterke aanwijzingen zijn dat sprake is van een voltooide, dan wel een dreigende flagrante inbreuk op de onschuldpresumptie. Deze inbreuk zou blijken uit het bij de processtukken gevoegde aanhoudingsverzoek waarin de opgeëiste persoon wordt aangeduid als “the guilty” en waarin verder de woorden “is committed” (heeft begaan) worden gebruikt. De rechtbank zou de uitlevering ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd toelaatbaar hebben verklaard, dan wel het verweer waarop het middel betrekking heeft, ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd hebben verworpen.
22. Dreigende schending van fundamentele rechten
aanhoudingsverzoekvan 17 april 2018, terwijl de gewraakte woorden zijn opgenomen in de Engelse vertaling van het
uitleveringsverzoekvan de 4e meervoudige kamer in strafzaken te Antalya van genoemde datum. Ik verwijs ernaar als het document.