Conclusie
eerste middelkomt op tegen de bewezenverklaring van de onder 1 tenlastegelegde openlijke geweldpleging en bestaat uit twee deelklachten. De eerste deelklacht houdt in dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door vrijspraak van twee onderdelen daarvan. De tweede deelklacht richt zich tegen het oordeel van het hof dat het in de bewezenverklaring vermelde geweld "openlijk" is gepleegd. Ik zal beginnen met de bespreking van deze tweede klacht.
tweede middelstrikt genomen (ook) geen bespreking, maar niettemin wijd ik toch wel een aantal woorden aan de daarin opgeworpen kwestie. Dit tweede middel bevat de klacht dat het hof heeft verzuimd te voldoen aan de motiveringseis van art. 360 Sv Pro bij het gebruik als bewijs voor feit 1 van processen-verbaal waarin verklaringen van een drietal onder code aangeduide personen zijn opgenomen die nadien door de raadsheer-commissaris zijn gehoord als beperkt anonieme getuige.
Juridisch kader
[AEH: respectievelijk #20]voorkomt. De begeleider van de getuige op de gang is niet diens meerdere. Als procedure, met instemming van de raadsvrouw, wordt gekozen dat ik, raadsheer-commissaris, telefonisch contact heb met een meerdere van de getuige: De plaatsvervangend vestigingsmanager van JC Zaanstad, destijds plaatsvervangend vestigingsmanager PI Overamstel, die mij mededeelt welke namen en nummers in het dossier bij elkaar horen. Op grond daarvan kan ik gelet op het voorliggende rijbewijs bevestigen dat de getuige # 12
[AEH: respectievelijk # 20]is.
derde middelricht zich tegen de bewezenverklaring van de onder 2 tenlastegelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Volgens de steller van het middel volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen niet (zonder meer) dat sprake is van een bedreiging in de zin van art. 285 Sr Pro.