AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad vermindert betalingsverplichting ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens verbeurdverklaarde bedragen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €90.127 en de betrokkene werd verplicht dit bedrag aan de staat te betalen.
De betrokkene was veroordeeld voor medeplegen van gewoonteheling, opiumwetdelicten en gewoontewitwassen. Het hof gebruikte de methode van eenvoudige kasopstelling om het wederrechtelijk verkregen voordeel te berekenen. Tijdens doorzoekingen werden contante bedragen van in totaal €9.580 onder de betrokkene in beslag genomen. Deze bedragen waren in een onherroepelijk vonnis verbeurd verklaard.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten aftrekken dat deze verbeurdverklaarde bedragen reeds aan de betrokkene waren ontnomen en vermindert daarom de betalingsverplichting tot €80.547. Het hof had dit verzuimd, wat een motiveringsklacht opleverde. De Hoge Raad doet de zaak zelf af en wijst het cassatieberoep verder af.
De financiële administratie van het bedrijf was gebrekkig en er was sprake van vermenging van legale en illegale gelden. De kasopstelling werd als passend beschouwd vanwege het ontbreken van betrouwbare transactieresultaten. Verweren van de verdediging tegen de kasopstelling werden door het hof verworpen op basis van het dossier en verklaringen. De betrokkene had een belangrijke rol in het bedrijf en was betrokken bij criminele activiteiten.
De Hoge Raad benadrukt het reparatoire karakter van ontneming en dat hetzelfde wederrechtelijk verkregen voordeel niet meermalen mag worden ontnomen. Daarom moeten verbeurdverklaarde bedragen in mindering worden gebracht op de betalingsverplichting.
Uitkomst: Betalingsverplichting ontneming verminderd van €90.127 naar €80.547 wegens aftrek verbeurdverklaarde bedragen.
Voetnoten
1.Opmerking D.A.: De voetnoten 1 tot en met 10 zijn uit het bestreden arrest. Voetnoot 1 luidt: Proces-verbaal Financieel Onderzoek 08Geel, dossierpagina 3318 – 3345, met bijlage, opgesomd onder 7.13 (pagina 3344 e.v.).
2.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling ex art 36 e Sr, dossierpagina 4073 e.v. met 2 bijlagen: Overzichten ontvangsten en uitgaven met draaitabel en een overzicht Grootboek 2006 - 2013 [A] .
3.o.a. HR:2002:AE1182 en HR:2002:AE3569.
4.Proces-verbaal Financieel onderzoek 08Geel (dossierpagina 3330).
5.Zie het proces-verbaal Financieel onderzoek 08Geel (dossierpagina 3329).
6.Rapport wvv, dossierpagina 4079.
7.Rapport wvv, dossierpagina 4082-83.
8.Rapport wvv, dossierpagina 4083, en bijlage la en lb bij het Rapport wvv, dossierpagina 4087-4093.
9.Proces-verbaal financieel onderzoek, dossierpagina 3338 en .
10.Tapgesprekken, dossierpagina 1294, 1397, 1305 - 1307.
11.Met vernummering van de voetnoten. De voetnoten 12 tot en met 15 zijn (met andere voetnootnummers) afkomstig uit het vonnis van de rechtbank.
12.Het uittreksel uit het Handelsregister d.d. 3 september 2015.
13.Het proces-verbaal [betrokkene 6] bij de rechter-commissaris d.d. 5 november 2014, p. 2 en 4.
14.Rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 4084 en p. 4092-4093.
15.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 4084.
16.Bijlage 1b bij het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 4091.
17.Met vernummering van de voetnoten.
18.Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 706 t/m 708.
19.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 4082.
20.Het proces-verbaal doorzoeking ter inbeslagneming, 707.