Conclusie
eerste middelis gericht tegen ‘s hofs vaststelling van het wederrechtelijke verkregen voordeel.
BESLISSING
pagina 4 onderaan tot en met pagina 6 onderaan” herhaald en opnieuw ingelast. Deze overwegingen houden – voor zover relevant – in: [11]
De rechtbank heeft bewezenverklaard dat door het bedrijf van veroordeelde en zijn vader op grote schaal goederen werden geheeld. Het daarmee verkregen geld werd in de kas van de onderneming gestort. Dit heeft tot gevolg gehad dat er een vermenging is ontstaan van legaal en illegaal verkregen gelden en dat daardoor al het vermogen van de onderneming besmet is geraakt en moet worden gezien als afkomstig van misdrijf.
“verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet”, en van andere, significante onderdelen van de tenlastelegging zou zijn vrijgesproken.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, verbeurd verklaarde geldbedragen niet in mindering heeft gebracht op de verplichting tot betaling aan de staat.
Toelichting
Wordt in zo een geval tevens de maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegd, dan dient, in verband met het reparatoire karakter van die maatregel, de waarde van het onder de betrokkene inbeslaggenomen en in zijn strafzaak verbeurdverklaarde voorwerp in mindering te worden gebracht op de aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting.” [23]