Conclusie
second opinionvan een psychiater.
1.Feiten en procesverloop
second opinionvan een andere psychiater verzocht.
second opinionzal uitvoeren. De rechtbank heeft deze psychiater in de gelegenheid gesteld zijn rapportage uiterlijk 10 augustus 2018 bij de rechtbank in te leveren. De rechtbank hield iedere verdere beslissing aan. Zij overwoog [1] :
2.Bespreking van het cassatiemiddel
second opinionvan een psychiater heeft ingewilligd. De rechtsklacht houdt in dat deze combinatie in strijd is met de Wet Bopz en met art. 5, lid 1 onder e, EVRM Ter toelichting betoogt het middel dat indien de rechter niet heeft kunnen vaststellen dat sprake is van een stoornis van de geestvermogens en van een door die stoornis veroorzaakt gevaar, de rechtbank niet de gevraagde voorlopige machtiging had mogen verlenen: ook niet voor twee maanden. Subsidiair klaagt het middel over innerlijke tegenstrijdigheid van de motivering.
second opinion, naast de door de officier van justitie overgelegde geneeskundige verklaring). Overeenkomstig de algemene regels in de verzoekschriftprocedure (zie artikelen 194 en 184 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) is de rechter vrij een verzoek tot het verrichten van nader onderzoek door een deskundige af te wijzen. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat niettemin, gelet op de ingrijpende aard van de door de rechter te nemen tot vrijheidsbeneming leidende beslissing, een verzoek van de betrokkene aan de rechtbank om door een deskundige nader onderzoek te doen verrichten slechts gemotiveerd kan worden afgewezen [12] .
second opinionantwoord moet geven “op de vraag of de betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens als gevolg waarvan hij gevaar doet veroorzaken dat niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend” (zie de bestreden beschikking onder 5). Het bevelen van een nader onderzoek door een deskundige
met betrekking tot deze vraagis naar mijn mening inderdaad niet verenigbaar met het tegelijkertijd verlenen van een voorlopige machtiging, ook niet voor de duur van twee maanden [14] . Dat volgt uit hetgeen ik hiervoor in alinea’s 2.2 en 2.3 heb opgemerkt; een voorlopige machtiging is geen observatiemachtiging. Het middel slaagt.