Conclusie
middelbehelst de klacht dat art. 48 Sv Pro in hoger beroep niet is nageleefd aangezien is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte toe te zenden.
Parket bij de Hoge Raad
De Hoge Raad heeft bij arrest van 11 december 2018 het arrest van het Gerechtshof Den Haag vernietigd en de zaak terugverwezen vanwege een schending van artikel 48 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het hof had de verdachte bij verstek niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep, maar uit de stukken blijkt dat geen afschrift van de dagvaarding in hoger beroep aan de raadsman van de verdachte is toegezonden.
De stukken bevatten een brief van een advocaat die zich als raadsman van de verdachte heeft gemeld en een verzendcontrolerapport waaruit blijkt dat deze brief succesvol is verzonden aan de griffie. Echter, er is geen bewijs dat de dagvaarding zelf aan de raadsman is toegezonden. Dit leidt tot het ernstige vermoeden dat het voorschrift van artikel 48 Sv Pro niet is nageleefd.
De Hoge Raad oordeelt dat dit voorschrift van groot belang is voor een geldige behandeling van de zaak en dat de niet-nakoming ervan de behandeling buiten aanwezigheid van verdachte en diens raadsman in de weg staat. Daarom is vernietiging en terugwijzing naar het hof noodzakelijk om de zaak opnieuw te behandelen en af te doen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling wegens niet-naleving van artikel 48 Sv.