ECLI:NL:PHR:2018:153
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermogensrechtelijke afwikkeling echtscheiding naar Marokkaans recht met peildatum en stamrecht-BV discussie
De zaak betreft de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk tussen de man en vrouw, dat in 2012 is ontbonden. Partijen waren gehuwd onder Marokkaans recht, dat geen gemeenschap van goederen kent maar wel een vergoedingsrecht voor vermogensaanwas op grond van art. 49 Mudawwana Pro. De vrouw stelde dat zij door haar huishoudelijke en betaalde arbeid heeft bijgedragen aan de vermogensvermeerdering van de man en vorderde vergoeding van de helft van diverse vermogensbestanddelen, waaronder de voormalige echtelijke woning, stamrecht-BV en verzekeringspolissen.
Het hof stelde als peildatum voor de waardebepaling 24 februari 2011 vast, de datum van feitelijke scheiding, en oordeelde dat de stamrecht-BV en het stamrecht jegens deze BV bij de verdeling van de vermogensaanwas betrokken moeten worden. De man stelde in cassatie onder meer dat de peildatum volgens Nederlands recht de dag van het appelvonnis zou moeten zijn en dat de stamrecht-BV niet tot de verrekenbare vermogensbestanddelen behoort.
De Hoge Raad verwierp deze klachten omdat het hof terecht Marokkaans recht toepaste, waarbij art. 49 Mudawwana Pro een ruime beoordelingsvrijheid aan de rechter geeft om inspanningen van echtgenoten mee te wegen. De peildatum is volgens dat recht de datum van feitelijke scheiding. Ook is onvoldoende gebleken dat de stamrecht-BV buiten het bereik van art. 49 Mudawwana Pro valt. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hofarrest blijft in stand.