Conclusie
eerste middelklaagt, mede in het licht van door de verdediging gevoerde uitdrukkelijk onderbouwde standpunten over de wetenschap en de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepteelt in de woning in Breda, dat de bewezenverklaring ten aanzien van het medeplegen onvoldoende is gemotiveerd. Daarnaast wordt geklaagd over het oordeel van het hof dat sprake is geweest van hennepteelt en wordt geklaagd dat de bewezen verklaarde pleegperiode niet zonder meer begrijpelijk is gemotiveerd.
Hennepteelt
Bewezenverklaarde periode
Medeplegen
tweede middelklaagt dat het hof verzuimd heeft te reageren op een voorwaardelijk getuigenverzoek.
derde middelklaagt dat de strafmotivering niet, althans niet zonder meer voldoende begrijpelijk gemotiveerd is, nu het hof ter motivering van de straf mede heeft overwogen dat blijkens het justitieel uittreksel de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van (andersoortige) strafbare feiten en dit hem er kennelijk niet van heeft weerhouden het bewezenverklaarde feit te plegen, terwijl uit dit uittreksel volgt dat de verdachte slechts eenmaal eerder (onherroepelijk) is veroordeeld. Voor zover het hof oog heeft op eerdere transacties, getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting, aangezien een transactie niet gelijkgesteld kan worden met een veroordeling en ook anderszins niet op dezelfde wijze redengevend is voor de strafoplegging.