Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
18 april 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt in een woning te Arnhem.
De bewezenverklaring betrof het gezamenlijk telen van ongeveer 394 hennepplanten. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van verdachte, proces-verbalen van politie en de huurovereenkomst van de woning. Verdachte had verklaard dat hij de woning ter beschikking stelde in ruil voor een deel van de winst en dat hij wist van de kwekerij.
De Hoge Raad overwoog dat voor medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist is, waarbij de bijdrage van verdachte van voldoende gewicht moet zijn. De enkele terbeschikkingstelling van de woning en het akkoord gaan met het voorstel van de medeverdachte is onvoldoende om van medeplegen te spreken. De bewijsvoering van het hof bood onvoldoende grond om het medeplegen te bewijzen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.