Conclusie
2.Procesverloop
“(..) Wij hebben telefonisch contact gehad met [betrokkene 6] en hem aangegeven dat de tijd onze grootste vijand is en dat jullie er vanaf zouden zien indien het dit jaar niet werd afgerond. (..)” Volgens [eiseres] wordt door deze e-mail bevestigd dat zij bij de bespreking tussen partijen op 5 oktober 2009 over het beslag aan RN kenbaar heeft gemaakt dat zij niet meer in het perceel geïnteresseerd was indien dit niet vóór 31 december 2009 zou kunnen worden geleverd. RGN betwist dat tussen partijen de datum van 31 december 2009 als uiterste datum voor levering is overeengekomen. Zij stelt dat zij die termijn alleen aan de gemeente heeft genoemd om bij de gemeente op actie aan te dringen.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.2dat, voortbouwend op het vorige subonderdeel, betoogt dat in de door de gemeente voorgestelde procedure RGN geen afstand kon doen van haar aanspraak op levering jegens de gemeente en dit dus geen grondslag kon zijn voor de betaling van € 500.000 (nrs. 70-72). Het hof heeft geoordeeld, en kunnen oordelen, dat het voor partijen in wezen geen verschil maakt of RGN nu afstand doet van haar aanspraak tot levering of het perceel na levering doorlevert aan [eiseres], nu partijen onder de streep hetzelfde krijgen. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk.
Onderdeel 2faalt derhalve.
subonderdeel 3.2, dat betoogt dat als het oordeel van het hof zo moet worden begrepen dat reeds voor 1 april 2010 een tot levering van het perceel verplichtende overeenkomst tot stand is gekomen, dit oordeel onbegrijpelijk is.
waarvan akte!”