Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte heeft nagelaten de inleidende dagvaarding partieel nietig te verklaren omdat het in de tenlastelegging voorkomende begrip “valse sleutel” niet feitelijk is omschreven en de tenlastelegging daarom niet voldoet aan de eisen van art. 261 Sv Pro, althans dat de diefstal voor zover “gepleegd door middel van valse sleutels” ten onrechte als zodanig is gekwalificeerd, omdat in zoverre enige feitelijke omschrijving ontbreekt. [2]
NJ2001/191 (geld opnemen bij een automaat - pinnen - met een gestolen bankpas) en in het bijzonder op de volgende overweging van het hof:
tweede middelklaagt over de motivering van het bewezenverklaarde, in het bijzonder voor zover het “de toegang tot de plaats des misdrijf hebben verschaft door middel van een valse sleutel” en “een frietwagen, toebehorende aan [A]” betreft.