Conclusie
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis.
eerste middelbehelst de klacht dat het medeplegen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, althans dat de bewezenverklaring van medeplegen ontoereikend is gemotiveerd.
CAT OMSCHRIJVING GOEDEREN BESLUIT AANTAL RUIMTE A
1 Hennepplanten vern st 161
zelfopzettelijk aanwezig heeft gehad. De hennep bevond zich immers in de machtssfeer van de verdachte aangezien de verdachte mede-eigenaar was van de woonboot waarin de kwekerij zich bevond. Naar het hof kon aannemen had zij derhalve volledige zeggenschap over de woonboot. [3]
tezamen en in verenigingde in de hennepkwekerij aangetroffen hennepplanten aanwezig heeft gehad. Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk. Die vaststellingen en overwegingen wijzen immers uit dat de verdachte destijds zelf in de woonboot woonde en die woonboot haar (mede)eigendom was, dat de verdachte wist dat haar partner er in de woonboot een hennepkwekerij op nahield en dat het plan om een hennepkwekerij in de woonboot te exploiteren vooraf met haar is besproken. Het hof heeft hieruit het medeplegen kunnen afleiden.
tweede middelklaagt dat het hof is afgeweken van het door de verdediging betrokken uitdrukkelijk onderbouwde standpunt “
dat er voor Middel geen feitelijke mogelijkheid bestond iets tegen de plantage te ondernemen anders dan het mondeling te verbieden, hetgeen zij gedaan heeft”, zonder daarvoor een toereikende motivering te geven.
derde middelbehelst de klacht dat de bewijsvoering op het punt waar zich de plantage bevond, innerlijk tegenstrijdig is.