ECLI:NL:PHR:2018:724
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen poging woninginbraak ondanks onduidelijke rol verdachte
Op 5 september 2014 werd te Zwijndrecht een poging tot woninginbraak gepleegd waarbij verdachte samen met anderen probeerde een raam van een woning te forceren met een breekijzer. Getuigen zagen verdachte in de buurt van de woning en op camerabeelden was hij herkenbaar. Kort na de poging werd verdachte aangehouden in een auto die in de directe omgeving was gezien.
Het hof Den Haag veroordeelde verdachte tot een taakstraf wegens medeplegen van poging tot diefstal door braak. Verdachte stelde in hoger beroep dat hij onschuldig was en slechts toevallig in de buurt was. Het hof oordeelde echter dat de gedragingen van verdachte en zijn medeverdachten het karakter hadden van een gezamenlijke poging tot inbraak en dat verdachte zich bewust en nauw met de anderen had samengewerkt.
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep en stelde vast dat het hof de vereiste nauwe en bewuste samenwerking voldoende had gemotiveerd, ook al was de precieze rol van verdachte niet helemaal duidelijk. De proceshouding van verdachte en de feitelijke omstandigheden maakten medeplegen aannemelijk. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen poging woninginbraak bevestigd.