Conclusie
eerste en het tweede middelkeren zich tegen de beslissing van het Hof dat het OM in zijn hoger beroep ontvankelijk is en lenen zich voor een gezamenlijke bespreking. De kern van het bezwaar van de steller van de schriftuur is dat het hof ten onrechte in de inhoud van de appelschriftuur van het OM een of meer grieven heeft gelezen. Wat in de appelschriftuur is neergelegd is van voorwaardelijke aard, zodat bij gebreke van werkelijke actuele grieven niet is voldaan aan de eisen die aan het hoger beroep van het OM worden gesteld in het eerste lid van artikel 410 Sv Pro.
"Motivering
Aanleiding
Behandeling ter terechtzitting
Conclusie
Deze schriftuur bevat alle grieven en de motivering daarvan."
derde middelverwijst naar hetgeen in cassatie in de samenhangende zaak is aangevoerd en betoogt dat het hof ten onrechte wettig en overtuigend bewezen heeft verklaard dat verdachte de twee tenlastegelegde feiten heeft begaan. Evenmin blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van € 45.407,66 heeft genoten.