Conclusie
“Vormverzuim in de zin van art. 359a Wetboek van Strafvordering met als gevolg bewijsuitsluiting.
ook al bestond geen enkele verdenking ter zake van enig strafbaar feit tegen die personen.Het is voor iedere burger van groot belang erop te kunnen vertrouwen dat politie en justitie slechts gebruik maken van de hen, al dan niet indirect op basis van artikel 3 van Pro de Politiewet, toegekende bevoegdheden. Zij hoeven geen onrechtmatige inbreuken op hun persoonlijke levenssfeer te dulden. Dat cliën[t] zulks wél heeft moeten dulden, dient te worden aangemerkt als nadeel in de zin van art. 359a Sv.
NJ2013/413, m.nt. Borgers ten aanzien van observaties waarvoor geen bevel als bedoeld in art. 126g Sv is gegeven het volgende overwogen: