ECLI:NL:HR:2010:BN0004
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid stelselmatige observatie met statische camera gericht op voetbalkooi
In deze zaak stond de rechtmatigheid van stelselmatige observatie centraal, waarbij een statische camera was geplaatst gericht op een voetbalkooi nabij de woning van verdachte. De verdediging voerde aan dat door de duur, frequentie en intensiteit van de observatie een vrijwel volledig beeld van het leven van verdachte was verkregen, waardoor sprake was van een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer zonder de vereiste machtiging ex art. 126g Sv.
De verdediging stelde dat het bewijs, waaronder videobeelden, uitgesloten moest worden omdat het onrechtmatig was verkregen. Het hof oordeelde echter dat de camera was gericht op een openbaar object, niet onlosmakelijk verbonden met verdachte, en dat daardoor geen stelselmatige observatie in de zin van art. 126g Sv had plaatsgevonden. Het bewijs kon derhalve worden gebruikt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad stelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Het beroep werd verworpen, waarmee het bewijs als rechtmatig werd beschouwd en het vonnis van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de observatie met de statische camera rechtmatig was en het bewijs mocht worden gebruikt.